Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2007:BA2884

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
30-03-2007
Datum publicatie
13-04-2007
Zaaknummer
05-217 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Intrekking WAO-uitkering; minder dan 15 % arbeidsongeschikt. De enkele overschrijding van de in artikel 8:66 van de Awb bedoelde termijn van orde, die niet als fatale termijn is bedoeld, leidt niet tot vernietiging van de aangevallen uitspraak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

05/217 WAO

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 2 december 2004, 02/5515 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: het Uwv).

Datum uitspraak: 30 maart 2007

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. A.C.R. Molenaar, advocaat te Amstelveen, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 februari 2007 waar appellante, zoals tevoren was aangekondigd, niet is verschenen, terwijl het Uwv zich heeft laten vertegenwoordigen door de heer E.C. van der Meer.

II. OVERWEGINGEN

Bij besluit van 28 juni 2002 heeft het Uwv de uitkering van appellante ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), welke laatstelijk werd berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, met ingang van 1 augustus 2002 ingetrokken, onder overweging dat de mate van haar arbeidsongeschiktheid met ingang van laatstgenoemde datum minder dan 15% is.

Bij beslissing op bezwaar van 31 december 2002, hierna: het bestreden besluit, heeft het Uwv het namens appellante gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Aan de aangevallen uitspraak, waarin appellante als eiseres is aangeduid en het Uwv als verweerder en waarbij de rechtbank het ingestelde beroep voor zover betrekking hebbend op het bestreden besluit ongegrond heeft verklaard, ontleent de Raad verder:

“Eiseres kan zich niet verenigen met het besluit waarbij haar WAO-uitkering met ingang van 1 augustus 2002 wordt ingetrokken. Eiseres is van mening dat er op basis van een aantal gebeurtenissen uit het recente verleden sprake is van een psychische belasting die boven de geringe psychische draagkracht van eiseres dreigt uit te komen. De combinatie van fysieke (chronische pijnen in heup en rug) en psychische beperkingen (eiseres staat onder behandeling van een psychologe) laten weinig mogelijkheden over om arbeid in loondienst te verrichten, hetgeen door de huisarts wordt bevestigd.”

In hoger beroep heeft mr. Molenaar, voornoemd, de vorenstaande gronden (woordelijk) herhaald. Voorts heeft hij de Raad verzocht de forfaitaire schadevergoeding toe te kennen, aangezien de aangevallen uitspraak in strijd met het bepaalde in artikel 8:66 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is gedaan en er derhalve sprake is van onrechtmatige overheidsrechtspraak.

Wat betreft dit laatste punt verwijst de Raad naar zijn uitspraak van 19 april 2005, LJN AT5278. Daarin is overwogen dat de enkele overschrijding van de in artikel 8:66 van de Awb bedoelde termijn van orde, die niet als fatale termijn is bedoeld, niet leidt tot vernietiging van de aangevallen uitspraak. Het door appellante gedane verzoek dient derhalve te worden afgewezen.

Hetgeen in hoger beroep namens appellante is aangevoerd maar overigens niet is onderbouwd met nadere, bijvoorbeeld medische, gegevens, bevat in vergelijking met hetgeen reeds bij de rechtbank naar voren is gebracht geen nieuwe gezichtspunten en biedt dan ook onvoldoende aanknopingspunten om tot een ander oordeel te komen dan de rechtbank of tot het instellen van een nader onderzoek.

Hieruit volgt dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak komt, voor zover aangevochten, voor bevestiging in aanmerking.

De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten.

Deze uitspraak is gedaan door D.J. van der Vos als voorzitter en J. Riphagen en A.T. de Kwaasteniet als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van J.J. Janssen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 30 maart 2007.

(get.) D.J. van der Vos.

(get.) J.J. Janssen.

EK2803