Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2007:BA2479

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
06-04-2007
Datum publicatie
11-04-2007
Zaaknummer
05-2528 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering WAO-uitkering i.v.m. geschiktheid eigen werk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

05/2528 WAO

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 22 april 2005, nr. 04/5001 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv)

Datum uitspraak: 6 april 2007

I. PROCESVERLOOP

Mr. M.P. de Witte, advocaat te 's-Gravenhage, heeft namens appellant hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Mr. de Witte heeft een door de huisarts van appellant opgesteld overzicht ingezonden.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 februari 2007. Appellant en zijn gemachtigde zijn niet verschenen. Het Uwv was vertegenwoordigd door J.M.W. Beers.

II. OVERWEGINGEN

Bij besluit van 7 april 2004 heeft het Uwv geweigerd appellant per 25 februari 2004 een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) toe te kennen op de grond dat hij bij einde wachttijd geschikt was te achten voor het verrichten van zijn eigen werk.

Bij besluit van 17 november 2004 (het bestreden besluit) heeft het Uwv het door appellant tegen het besluit van 7 april 2004 ingediende bezwaar ongegrond verklaard.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het tegen het bestreden besluit ingestelde beroep ongegrond verklaard.

In hoger beroep heeft appellant in essentie dezelfde gronden naar voren gebracht als in zijn beroep bij de rechtbank. Hij acht zich met name als gevolg van psychische klachten zodanig beperkt dat het hem niet meer mogelijk is op de arbeidsmarkt te functioneren, ook niet in zijn eigen werk als sokkenvouwer in dienst van [naam Stichting]. Hij verzoekt om benoeming van een psychiater als deskundige om te beoordelen wat de aard en omvang van zijn klachten is alsmede of daarmee het eigen werk als sokkenvouwer uitgevoerd kan worden.

De Raad is van oordeel dat de rechtbank de argumenten van appellant afdoende heeft besproken en genoegzaam heeft gemotiveerd waarom die argumenten niet slagen. De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank volledig. Het in hoger beroep overgelegde overzicht van de huisarts werpt geen nieuw licht op de zaak.

De Raad acht de medische grondslag van het bestreden besluit deugdelijk en ziet daarom evenmin als de rechtbank aanleiding om het verzoek om benoeming van een deskundige in te willigen.

Er zijn geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J. Janssen als voorzitter en G.J.H. Doornewaard en L.H. Waller als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier, uitgesproken in het openbaar op 6 april 2007.

(get.) J. Janssen.

(get.) D.W.M. Kaldenhoven.