Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2007:BA2152

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
03-04-2007
Datum publicatie
04-04-2007
Zaaknummer
04-5063 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Schatting WAO-uitkering.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

04/5063 WAO

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 1 september 2004, 04/295 WAO (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

[betrokkene] (hierna: betrokkene)

en

appellant.

Datum uitspraak: 3 april 2007

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld en een rapport van 13 september 2004 van de bezwaarverzekeringsarts W.M. Koek overgelegd.

Namens betrokkene heeft mr. J.A.H. Blom, advocaat te Amsterdam, een verweerschrift ingediend.

Bij brief van 1 december 2004 heeft appellant een reactie van 29 november 2004 van de bezwaarverzekeringsarts Koek op het verweerschrift ingezonden.

De Raad heeft bij brief van 16 augustus 2006 de orthopedisch chirurg dr. F.P. Bernoski als deskundige benoemd voor het instellen van een onderzoek.

De orthopedisch chirurg Bernoski heeft onder dagtekening 24 november 2006 van dat onderzoek verslag uitgebracht.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 20 februari 2007. Appellant heeft zich laten vertegenwoordigen door

mr. M.H.A.H. Smithuysen, werkzaam bij het Uwv. Betrokkene en haar gemachtigde zijn, zoals tevoren was bericht, niet verschenen.

II. OVERWEGINGEN

Bij besluit van 6 januari 2004, verder: het bestreden besluit, heeft appellant ongegrond verklaard het bezwaar van betrokkene tegen een besluit van 26 augustus 2003, waarbij de uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering van betrokkene met ingang van 7 oktober 2003 is herzien naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 15% tot 25%.

De rechtbank heeft het bestreden besluit niet in stand gelaten. De rechtbank is, kort gezegd, van oordeel dat het bestreden besluit op een onjuiste medische en arbeidskundige grondslag berust. De rechtbank is van oordeel dat de verzekeringsarts de beperkingen die hij heeft neergelegd in zijn rapportage niet op een juiste wijze in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) heeft verwerkt en dat de geselecteerde functies niet voldoen aan de beperkingen, zoals die in die rapportage zijn neergelegd.

In hoger beroep is de juistheid van dit oordeel van de rechtbank bestreden. Daarbij is onder meer door de bezwaarverzekeringsarts Koek uiteengezet dat de rechtbank de medische gegevens onjuist heeft geïnterpreteerd en bij haar oordeelsvorming op de stoel van de verzekeringsarts en de curatieve sector is gaan zitten.

De Raad moet de vraag beantwoorden of de rechtbank terecht het bestreden besluit niet in stand heeft gelaten.

De door de Raad ingeschakelde deskundige Bernoski heeft na onderzoek van betrokkene op vragen van de Raad geantwoord dat hij, uitgaande van de datum in geding, 7 oktober 2003, zich kan verenigen met de door de verzekeringsarts opgestelde FML en dat hij betrokkene in staat acht te werken in de voor haar geselecteerde functies.

De Raad ziet geen aanleiding aan dit oordeel van zijn deskundige, waarvan de juistheid door partijen niet is bestreden, geen doorslaggevende betekenis toe te kennen.

Nu ook overigens in het licht van artikel 8:69 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geen aanleiding bestaat voor het oordeel dat het bestreden besluit in rechte geen stand kan houden, zal de Raad de aangevallen uitspraak vernietigen en het inleidend beroep van betrokkene ongegrond verklaren.

De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Vernietigt de aangevallen uitspraak;

Verklaart het inleidend beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door K.J.S. Spaas als voorzitter en C.W.J. Schoor en C.P.M. van de Kerkhof als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M. Gunter als griffier, uitgesproken in het openbaar op 3 april 2007.

(get) K.J.S. Spaas.

(get) M. Gunter.