Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2007:BA2006

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
30-03-2007
Datum publicatie
02-04-2007
Zaaknummer
05-283 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering WAO-uitkering. Geschikt voor eigen werk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

05/283 WAO

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellante], wonende te [woonplaats] (hierna appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam, nevenzittingsplaats Haarlem, van 30 november 2004, 03/1145,

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 30 maart 2007

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante is hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 februari 2007. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. N. Türkkol, advocaat te Amsterdam. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J.B. van der Horst.

II. OVERWEGINGEN

De Raad gaat uit van de in de aangevallen uitspraak vastgestelde, door partijen niet bestreden feiten. Appellante heeft zich met ingang van 11 december 2000 ziek gemeld wegens hoofdpijnklachten. Na psychiatrische expertise heeft de verzekeringsarts een Functionele Mogelijkhedenlijst opgesteld. De arbeidsdeskundige is van oordeel dat appellante ondanks de daarin aangegeven beperkingen in staat is tot het verrichten van haar eigen werk als kwekerijmedewerkster én passende arbeid, waarmee het loonverlies minder dan 15% bedraagt.

Het Uwv heeft deze bevindingen overgenomen in zijn besluit van 16 augustus 2002 en geweigerd appellante per 10 december 2001 een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering toe te kennen, omdat de mate van haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedraagt. Bij het in beroep bestreden besluit van 30 januari 2003 heeft het Uwv ondanks het bezwaar van appellante zijn besluit van 16 augustus 2002 gehandhaafd.

Met de rechtbank kan de Raad het Uwv volgen in zijn primaire stelling dat appellante, ondanks de voor haar bestaande medische arbeidsbeperkingen, op 11 december 2001 in staat is tot het verrichten van haar eigen werk.

Weliswaar bevat het dossier een betrekkelijk summiere omschrijving van dat werk, maar die omschrijving is naar het oordeel van de Raad, mede in aanmerking genomen de aard van de klachten van appellante, toereikend voor de beoordeling. Ook is de Raad tot de overtuiging gekomen dat alle voor appellante bestaande, uit ziekte of gebrek voortvloeiende arbeidsbeperkingen door de (bezwaar-)verzekeringsarts in aanmerking zijn genomen en dat die beperkingen appellante ten tijde van belang niet verhinderen haar eigen werk als kwekerijmedewerkster te verrichten.

Geschiktheid voor het eigen werk doet, naar vaste rechtspraak van de Raad, veronderstellen dat geen sprake is van arbeidsongeschiktheid in de zin van de WAO. Bijzondere omstandigheden die nopen tot afwijking van dat uitgangspunt zijn niet gesteld of gebleken.

Dat betekent dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J.W. Schuttel als voorzitter en R.C. Stam en J.P.M. Zeijen als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van P.H. Broier als griffier, uitgesproken in het openbaar op 30 maart 2007.

(get.) J.W. Schuttel.

(get.) P.H. Broier.

JK/532007