Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2007:BA1803

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
22-03-2007
Datum publicatie
29-03-2007
Zaaknummer
05-5930 AW, 05-6039 AW, 05-6041 AW en 05-6042 AW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Functiewaardering volgens methode vBalans+. Terughoudende toetsing.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
ABkort 2007/243
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

05/5930 AW, 05/6039 AW, 05/6041 AW en 05/6042 AW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op de hoger beroepen van:

W.M. [F.], wonende te [woonplaats],

J.T.B. [H.], wonende te [woonplaats],

W.M.H.M. [L.], wonende te [woonplaats], en

H.A.C. [V.], wonende te [woonplaats] (hierna: appellanten),

tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond van 25 augustus 2005, 04/621, 04/622, 04/624 en 04/656 (hierna: aangevallen uitspraak),

in de gedingen tussen:

appellanten

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Venlo (hierna: college)

Datum uitspraak: 22 maart 2007

I. PROCESVERLOOP

Appellanten hebben hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 februari 2007. Appellant [F.] is in persoon verschenen, bijgestaan door mr. H.J. Weekers, werkzaam bij ARAG rechtsbijstand. Appellanten [L.] en [V.] zijn eveneens in persoon verschenen. Zij zijn bijgestaan door mr. B.C.A. Reijnders, advocaat te Venlo, die ook appellant [H.] heeft vertegenwoordigd.

II. OVERWEGINGEN

1. Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad bij zijn oordeelsvorming uit van de volgende feiten en omstandigheden.

1.1. Appellanten zijn allen werkzaam als bevelvoerder bij de gemeentelijke brandweer van [plaatsnaam]. Bij besluit van 24 juni 2003 is het college, onder meer, overgegaan tot de definitieve vaststelling van de organieke functiebeschrijving en functiespecificatie van de bevelvoerder en de waardering van die functie volgens de methode vBalans+. Die waardering kwam uit op een somscore van 40 punten en functieniveau 8. Beschrijving en waardering zijn na bezwaar gehandhaafd bij besluiten van 20 april 2004.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank de tegen de bestreden besluiten ingestelde beroepen ongegrond verklaard.

3. Naar aanleiding van hetgeen partijen in hoger beroep hebben aangevoerd overweegt de Raad het volgende.

functiebeschrijving

3.1. Ook in hoger beroep hebben appellanten zich op het standpunt gesteld dat de functiebeschrijving geen recht doet aan de feitelijke situatie, in het bijzonder wat betreft hun verantwoordelijkheden met betrekking tot management en personele aangelegenheden.

3.2. Volgens de methode vBalans+ wordt de zwaarte gewogen van organieke functies in samenhang met de totale organisatieopbouw. Bij het vaststellen van de functiebeschrij-vingen komt daarom aan het college beleidsvrijheid toe. Anders dan bij de zogenoemde mensfunctiebeschrijvingen gaat het hier niet om de beschrijving van de feitelijk uitgevoerde of feitelijk opgedragen werkzaamheden, maar om de door het college aan de betrokken functionaris opgedragen werkzaamheden gegeven de inrichting van de organi-satie zoals die het college voor ogen staat. Dit brengt mee dat de rechterlijke toetsing met terughoudendheid moet plaatsvinden. De rechtbank heeft daarom de juiste toetsingsmaat-staf gehanteerd. In het licht hiervan sluit de Raad zich aan bij de overweging van de rechtbank dat niet aannemelijk is geworden dat het college de beschrijving op onjuiste en onhoudbare wijze heeft vastgesteld door vast te houden aan de organisatorische wens dat de bevoegdheden en verantwoordelijkheden op het gebied van integraal management uitdrukkelijk blijven bij het hoofd repressieve dienst.

Ter zitting hebben appellanten verklaard dat zij functionerings- en beoordelingsgesprek-ken voeren met hun ploegleden en betrokken zijn bij de werving van personeel. Tevens zijn zij verantwoordelijk voor de aanschaf van materieel. De Raad stelt vast dat deze taken ook zijn opgenomen in de functiebeschrijving.

functiewaardering

3.3. Appellanten hebben betoogd dat de rechtbank ten onrechte geen strijd met het gelijkheidsbeginsel aanwezig heeft geacht. Daarbij is nogmaals gewezen op het feit dat hun functie in een andere organisatie (Hulpverlening Gelderland Midden) met hetzelfde functiewaarderingssysteem hoger wordt gewaardeerd. De rechtbank heeft echter naar het oordeel van de Raad terecht overwogen dat het college een eigen bevoegdheid tot functie-waardering heeft, met criteria en voorwaarden zoals opgenomen in de Verordening functiewaardering gemeente Venlo, en niet gehouden kan worden een ander bestuurs-orgaan te volgen. Voor zover het beroep op het gelijkheidsbeginsel betrekking heeft op andere functies binnen de gemeente Venlo is niet gebleken dat sprake is van vergelijkbare gevallen.

3.4. Volgens de methode vBalans+ wordt de zwaarte van de functies gewogen aan de hand van een veertiental kenmerken, gegroepeerd in vier rubrieken, die gerelateerd zijn aan vier onderdelen van de functiebeschrijving. Per kenmerk wordt een score toegekend, variƫrend van 1 tot en met 5. De grieven van appellanten zijn gericht tegen een zestal kenmerken met een in hun ogen te lage score.

3.4.1. De Raad stelt voorop dat de rechterlijke toetsing in een geval als dit een terug-houdende dient te zijn, in die zin dat de rechter zich, naast de overigens in aanmerking komende toetsing van het bestreden besluit aan regels van geschreven en ongeschreven recht en algemene rechtsbeginselen, moet beperken tot de vraag of de in geding zijnde waardering op onvoldoende gronden berust. Dit laatste betekent dat pas tot vernietiging van de bestreden waardering kan worden overgegaan indien deze als onhoudbaar moet worden aangemerkt. Daarvoor is ontoereikend de enkele omstandigheid dat een andere waardering op zichzelf verdedigbaar is.

3.4.2. Bij het kenmerk aard van de werkzaamheden acht de Raad een score van 3 punten niet onhoudbaar. Met het college is de Raad van oordeel dat het bij de werkzaamheden van de bevelvoerder gaat om gangbare zaken en problemen, waarbij een eigen inter-pretatie is vereist en oplossingen moeten worden aangedragen. Dat vaak sprake zal zijn van onbekendheid ter plaatse betekent niet dat wordt voldaan aan de omschrijving bij score 4 (onbekende zaken en problemen). Ook is niet aannemelijk geworden dat in de functie een analyse van problemen wordt gevraagd zoals bedoeld in de systeemtekst, alvorens tot een oplossing wordt gekomen. Integendeel, de aard van de functie brengt mee dat veelal snel moet worden opgetreden en een keuze moet worden gemaakt op basis van inschatting en interpretatie.

3.4.3. Bij het kenmerk aanpak van de werkzaamheden is een score 3 toegekend. Volgens de systeemtekst bij die score vereist de aanpak het inspelen op nog niet eerder voorge-komen situaties, waarbij uit bekende oplossingen moet worden gekozen. Deze score acht de Raad gelet op de functiebeschrijving evenmin onhoudbaar. Met name acht de Raad niet aannemelijk geworden dat bij de uitoefening van de functie veelal nieuwe benaderingen of methoden moeten worden gezocht, bijvoorbeeld via studie. De Raad verwijst naar het vorenstaande onder 3.4.2.

Wat betreft het kenmerk keuzevrijheid kan een vergelijkbare redenering worden gevolgd, zodat de Raad ook bij dit kenmerk de score van 3 punten niet onhoudbaar acht.

3.4.4. Wat betreft de kenmerken het effect van de werkzaamheden en het effect van de beslissingen, waaraan in beide gevallen score 2 is toegekend, sluit de Raad zich eveneens aan bij de rechtbank en het college. Appellanten zijn er niet in geslaagd aannemelijk te maken dat het effect van hun werk niet op zeer korte termijn kan worden vastgesteld, ook wat betreft het geven van adviezen.

3.4.5. Tot slot sluit de Raad zich aan bij hetgeen de rechtbank heeft overwogen over het kenmerk aard van de contacten. Anders dan appellanten hebben betoogd hebben zij in de uitvoering van hun werk niet te maken met tegengestelde belangen (score 4), maar hoogstens met uiteenlopende belangen (van de verschillende hulpverleners) bij de noodzaak tot samenwerking. Ter zitting hebben appellanten nog verklaard dat zij regelmatig te maken hebben met tegenwerkende omstanders en bedreigingen. Dienaangaande overweegt de Raad dat dit niet valt onder de in het systeem bedoelde belangentegenstellingen.

4. Het vorenstaande betekent dat de hoger beroepen niet slagen en dat de aangevallen uitspraak wordt bevestigd. De Raad acht geen termen aanwezig toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht inzake vergoeding van proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door K. Zeilemaker. De beslissing is, in tegenwoordigheid van P.J.W. Loots als griffier, uitgesproken in het openbaar op 22 maart 2007.

(get.) K. Zeilemaker.

(get.) P.J.W. Loots.