Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2007:BA1097

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
20-03-2007
Datum publicatie
26-03-2007
Zaaknummer
05-364 LW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Svb niet meer bevoegd om een beslissing te nemen op de aanvraag om een afkoopsom LIW.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

05/364 LW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 27 december 2004, 04/636 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

[betrokkene] (hierna: betrokkene).

Datum uitspraak: 20 maart 2007

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld en heeft nadien nadere stukken ingediend.

Desgevraagd hebben partijen toestemming gegeven het onderzoek ter zitting van de Raad achterwege te laten.

II. OVERWEGINGEN

Betrokkene heeft op 29 januari 2004 aan appellant verzocht om uitbetaling van de afkoopsom ingevolge de Liquidatiewet Invaliditeitswetten (LIW) wegens door haar echtgenoot geplakte rentezegels. Appellant heeft dit verzoek bij besluit van

13 februari 2004 afgewezen omdat het recht op een afkoopsom zou zijn verjaard.

Betrokkene heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt.

Bij besluit van 23 april 2004 (hierna: het bestreden besluit) heeft appellant dit bezwaar kennelijk ongegrond verklaard.

De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep tegen het bestreden besluit gegrond verklaard, dit besluit vernietigd en aan appellant opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen. Voorts heeft de rechtbank appellant daarbij veroordeeld tot het vergoeden van het door betrokkene betaalde griffierecht.

De rechtbank heeft daartoe overwogen dat betrokkene te laat was met haar aanvraag om een afkoopsom omdat die aanvraag vóór 5 april 1992 had moeten zijn ingediend. De rechtbank achtte echter het betoog van betrokkene ter zitting, dat zij door appellant niet is geïnformeerd over de datum waarvoor ze de aanvraag had moeten indienen, geloofwaardig. Daarbij vond de rechtbank het van belang dat betrokkene heeft aangegeven dat haar adres wel bekend was bij appellant en dat haar, toen zij zelf actief om informatie vroeg, is aangegeven dat zij met haar aanvraag van de afkoopsom kon wachten tot het bereiken van de 65-jarige leeftijd.

In dat geval is het naar het oordeel van de rechtbank aan appellant om aan te tonen dat betrokkene wel persoonlijk is ingelicht of op andere wijze voldoende is geïnformeerd over de vervroegde afkoop. Nu appellant door vernietiging van de archieven niet meer kan nagaan of betrokkene destijds persoonlijk is ingelicht, niet duidelijk is geworden in hoeverre appellant in de situatie van betrokkene zogenaamde adresrecherche heeft verricht, alsmede voor de rechtbank niet duidelijk is geworden waaruit de algemeen gegeven informatie heeft bestaan, heeft de rechtbank geoordeeld dat voorzover er nog twijfel bestaat, deze twijfel ten voordele van betrokkene dient uit te vallen. Appellant is er derhalve ten onrechte van uitgegaan dat betrokkene voldoende is geïnformeerd over de vervroegde afkoop.

Appellant heeft aanvankelijk in hoger beroep betoogd dat de rechtbank ten onrechte aan de dwingendrechtelijke bepalingen van artikel 57a LIW voorbij is gegaan, in welk artikel wordt bepaald dat het recht op een afkoopsom is verjaard indien niet tijdig een aanvraag daartoe is ingediend. Voorts is appellant daarbij uitvoerig ingegaan op de door hem verrichte recherche- en voorlichtingsactiviteiten waaruit volgt dat betrokkene voldoende is geïnformeerd over het tijdstip waarvoor de afkoopsom moest worden aangevraagd.

Bij brief van 24 maart 2005 heeft appellant echter aan de Raad medegedeeld dat een ander standpunt wordt ingenomen. Appellant heeft daarbij gewezen op het feit dat de LIW op 1 januari 2002 is ingetrokken en dat appellant daardoor vanaf die datum niet meer bevoegd is om een beslissing te nemen die is gebaseerd op de LIW. Appellant had daarom op de aanvraag van betrokkene om een afkoopsom helemaal geen beslissing mogen nemen, maar had haar moeten meedelen dat hij daartoe niet meer bevoegd is. Voor een nadere uitleg heeft appellant verwezen naar een uitspraak van de rechtbank Zutphen van 16 maart 2005, 04-1602, LJN: AT0928.

Omdat het bestreden besluit was gebaseerd op een onjuist wettelijk kader heeft appellant, vooruitlopend op de uitspraak van de Raad, het door betrokkene in eerste aanleg betaalde griffierecht vergoed.

De Raad is, met appellant en onder verwijzing naar de genoemde uitspraak van de rechtbank Zutphen, van oordeel dat appellant niet meer bevoegd was om een beslissing te nemen op de aanvraag om een afkoopsom LIW. Appellant had de primaire beslissing van 13 februari 2004, waarbij het verzoek om de afkoopsom is afgewezen, moeten herroepen en aan betrokkene moeten meedelen dat hij niet bevoegd was om op de aanvraag te beslissen. Indien betrokkene meent dat zij ter zake van de geplakte rentezegels een geldsom heeft te vorderen zou zij de Staat der Nederlanden moeten dagvaarden in een procedure naar burgerlijk recht. De rechtbank heeft derhalve ten onrechte uitspraak gedaan op grond van artikel 57a van de LIW en de aangevallen uitspraak komt daarom voor vernietiging in aanmerking. De Raad zal zelf in de zaak voorzien door te doen wat appellant had behoren te doen als hierna onder III aangegeven.

De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Vernietigt de aangevallen uitspraak en het bestreden besluit;

Herroept het besluit van 13 februari 2004 van appellant en deelt betrokkene mee dat appellant niet bevoegd is om op de aanvraag te beslissen.

Deze uitspraak is gedaan door K.J.S. Spaas. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A. Westerink-Hendriks als griffier, uitgesproken in het openbaar op 20 maart 2007.

(get.) K.J.S. Spaas.

(get.) A. Westerink-Hendriks.