Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2007:BA0879

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
16-03-2007
Datum publicatie
19-03-2007
Zaaknummer
05-3286 AKW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het bestreden besluit wordt niet gehandhaafd. Proceskostenveroordeling in beroep en hoger beroep.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

05/3286 AKW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellante] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 4 mei 2005, 04/2456 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb).

Datum uitspraak: 16 maart 2007

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. M. Demirtas, advocaat te Arnhem, hoger beroep ingesteld.

De Svb heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 2 februari 2007. Namens appellante is daarbij verschenen mr. E. Osinga, advocaat te Arnhem. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door J.A.J. Groenendaal en mr. M.M.W. van der Ent.

II. OVERWEGINGEN

Bij besluit van 28 juni 2004 heeft de Svb aan appellante medegedeeld dat zij over het eerste kwartaal van 2003 tot en met het eerste kwartaal van 2004 geen recht heeft op kinderbijslag voor haar kinderen Tjaco, Daniël en Claudia. Daarbij is de Svb ervan uitgegaan dat deze kinderen gedurende genoemde kwartalen uitwonend waren, omdat appellante en haar echtgenoot toen gedetineerd waren, en dat appellante de kinderen niet in belangrijke mate heeft onderhouden. Bij brief van dezelfde datum heeft de Svb aan appellante medegedeeld tevens voornemens te zijn de ten onrechte over het eerste en tweede kwartaal van 2003 voor Claudia betaalde kinderbijslag terug te vorderen.

Bij beslissing op bezwaar van 24 september 2004 (hierna: het bestreden besluit) heeft de Svb het bezwaar tegen het besluit van 28 juni 2004 ongegrond verklaard. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep van appellante ongegrond verklaard.

Ter zitting van de Raad is naar aanleiding van vragen van de Raad namens de Svb medegedeeld dat het bestreden besluit niet wordt gehandhaafd, nu de kinderen van appellante gedurende de in geschil zijnde kwartalen geacht moeten worden zelfstandig uitwonend te zijn, zodat voor hen op grond van het Besluit onderhoudsvoorwaarden kinderbijslag slechts een inkomenseis gold. Daarbij is tevens aangegeven dat nader beoordeeld dient te worden of alle kinderen voldoen aan de overige voorwaarden voor aanspraak op kinderbijslag.

Ook de Raad is van oordeel dat het bestreden besluit in zoverre onzorgvuldig is voorbereid. Dit betekent dat de aangevallen uitspraak niet in stand kan blijven. De Svb dient een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen met inachtneming van het hetgeen hiervoor is overwogen.

De Raad acht termen aanwezig om op grond van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht de Svb te veroordelen in de proceskosten van appellante in beroep en in hoger beroep. Deze kosten worden begroot op € 644,- in eerste aanleg en € 644,- in hoger beroep voor verleende rechtsbijstand, te betalen door de Sociale verzekeringsbank aan de griffier van de Raad, nu aan appellante toevoegingen zijn verleend ingevolge de Wet op de rechtsbijstand.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Vernietigt de aangevallen uitspraak;

Verklaart het inleidend beroep gegrond en vernietigt het bestreden besluit;

Bepaalt dat de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank een nieuwe beslissing op bezwaar dient te nemen met inachtneming van het in deze uitspraak overwogene;

Veroordeelt de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank in de proceskosten van appellante in beroep en hoger beroep tot een bedrag van € 1.288,- te betalen door de Sociale verzekeringsbank aan de griffier van de Raad;

Bepaalt dat de Sociale verzekeringsbank aan appellante het betaalde griffierecht ad

€ 140,- dient te vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door T.L. de Vries als voorzitter en H.J. Simon en M. Greebe als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van P.H. Broier als griffier, uitgesproken in het openbaar op 16 maart 2007.

(get.) T.L. de Vries.

(get.) P.H. Broier.