Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2007:BA0109

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
01-03-2007
Datum publicatie
08-03-2007
Zaaknummer
06-3741 AW-VV
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Intrekking verzoek voorlopige voorziening wegens nieuw besluit op bezwaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

06/3741 AW-VV

Centrale Raad van Beroep

U I T S P R A A K

van

DE VOORZIENINGENRECHTER VAN DE CENTRALE RAAD VAN BEROEP

inzake het verzoek om toepassing van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht in samenhang met artikel 17 van de Beroepswet inzake de kosten van het geding tussen:

[verzoeker] (hierna: verzoeker),

in het geding tussen:

verzoeker

en

het College van bestuur van Wageningen Universiteit (hierna: college)

Datum uitspraak: 1 maart 2007

I. PROCESVERLOOP

Op 27 juni 2006 heeft mr. H.S.P. Stuiver, advocaat te De Meern, namens verzoeker verzocht tot het treffen van een voorlopige voorziening inzake het niet tijdig nemen van een besluit.

Het verzoek ziet op het uitblijven van het nemen van een besluit op bezwaar tegen een primair besluit van 30 juni 2005.

Op 10 augustus 2006 heeft het college een besluit op bezwaar genomen.

Bij brief van 6 oktober 2006 heeft mr. Stuiver, voornoemd, het namens verzoeker ingestelde verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening inzake het niet tijdig nemen van een besluit ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het college te veroordelen in de proceskosten en tot vergoeding van het griffierecht.

Het college heeft gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.

In dit verweerschrift heeft het college, onder verwijzing naar artikel 8:82, 3e lid, van de Awb, gesteld dat het griffierecht door de griffier van de Raad dient te worden vergoed.

Elk der partijen heeft, desgevraagd, schriftelijk toestemming verleend voor afdoening buiten zitting.

II. OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld.

Artikel 8:84, vierde lid, van de Awb verklaart de artikelen 8:75 en 8:75a voormeld van overeenkomstige toepassing waar het een voorlopige voorziening betreft.

Aan de intrekking van het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening ligt ten grondslag het thans door het college op 10 augustus 2006 genomen besluit op bezwaar.

De voorzieningenrechter stelt vast dat met dit besluit is tegemoetgekomen aan verzoeker.

Gelet op het voorgaande zijn termen aanwezig om toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb in samenhang met artikel 8:75 van de Awb en het college te veroordelen in de kosten. Deze kosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 322,- voor verleende rechtsbijstand.

Het griffierecht zal ingevolge artikel 8:82, derde lid, van de Awb door de griffie van de Raad worden terugbetaald.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Veroordeelt het college in de kosten van appellant tot een bedrag van € 322,-, te betalen door Wageningen Universiteit;

Bepaalt dat het namens verzoeker betaalde griffierecht van € 141,- door de griffier van de Raad wordt terugbetaald.

Deze uitspraak is gedaan door K.J. Kraan. De beslissing is, in tegenwoordigheid van R.B.E. van Nimwegen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 1 maart 2007.

(get.) K.J. Kraan.

(get.) R.B.E. van Nimwegen.