Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2007:AZ9984

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
16-02-2007
Datum publicatie
06-03-2007
Zaaknummer
05-193 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

WAO-schatting. Deugdelijke arbeidskundige motivering eerst in hoger beroep.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

05/193 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 6 december 2004, 03/2997,

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 16 februari 2007

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant is hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak. Hij heeft in de loop van het hoger beroep tot twee maal (para-)medische informatie overgelegd.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend en een nadere arbeidskundige toelichting overgelegd.

De zaak is behandeld ter zitting van 26 januari 2007. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. J.E. Braak, advocaat te Utrecht. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door M. Florijn.

II. OVERWEGINGEN

Het inleidende beroep keert zich tegen het besluit van 7 november 2003, waarbij het Uwv heeft gehandhaafd zijn besluit van 22 mei 2003 tot de intrekking van de eerder aan appellant toegekende arbeidsongeschiktheidsuitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering ingaande 14 juli 2003, omdat de arbeidsongeschiktheid van appellant tot minder dan 15% zou zijn afgenomen. Hieraan ligt ten grondslag dat appellant weliswaar als gevolg van schouderklachten (links) en suikerziekte buiten staat is tot het verrichten van zijn werk als productiemedewerker, maar desondanks gangbare arbeid kan verrichten, waarmee een loonverlies van minder dan 15% optreedt.

De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.

De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat geen aanleiding bestaat om appellant te volgen in zijn stelling dat het Uwv bij zijn besluitvorming de voor hem als gevolg van ziekte of gebrek bestaande arbeidsbeperkingen heeft onderschat. De (bezwaar-)verzekeringsartsen zijn er immers van uitgegaan dat de schouderklachten en suikerziekte van appellant tot zekere arbeidsbeperkingen aanleiding geven. Uit de beschikbare medische gegevens kan niet worden afgeleid dat de op 14 juli 2003 bestaande arbeidsbeperkingen zijn onderschat. De in hoger beroep overgelegde

(para-)medische gegevens zien op de (meer) actuele situatie en niet op de hier van belang zijnde datum.

Met de in hoger beroep overgelegde nadere arbeidskundige toelichting acht de Raad thans voldoende toegelicht dat de kenmerkende belasting in de aan appellant als geschikt voorgehouden functies de grenzen van zijn belastbaarheid niet overschrijden. Daarmee is in hoger beroep het bestreden besluit alsnog van een voldoende draagkrachtige motivering voorzien. De Raad ziet hierin aanleiding om het bestreden besluit wegens strijdigheid met artikel 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht te vernietigen, maar de rechtsgevolgen ervan in stand te laten. Ook de aangevallen uitspraak kan daarmee geen stand houden.

Tevens zal de Raad het Uwv veroordelen in de kosten van het geding wegens de aan appellant verleende rechtsbijstand, in het geding bij de rechtbank begroot op € 644,-- en in hoger beroep op € 644,-- tezamen € 1.288,-.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Vernietigt de aangevallen uitspraak;

Verklaart het inleidende beroep gegrond en vernietigt het bestreden besluit;

Bepaalt dat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand blijven;

Veroordeelt de Raad van Bestuur van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen in de proceskosten tot een bedrag van € 1.288,--, te betalen door het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen aan appellant;

Bepaalt dat het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen aan appellant het door hem gestorte griffierecht ad € 133,-- vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan R.C. Stam. De beslissing is, in tegenwoordigheid van J.E.M.J. Hetharie als griffier, uitgesproken in het openbaar op 16 februari 2007.

(get.) R.C.Stam.

(get.) J.E.M.J. Hetharie.