Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2007:AZ9976

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
28-02-2007
Datum publicatie
06-03-2007
Zaaknummer
05-1788 ZW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Arbeidsgehandicapte langer dan 5 jaar in dienst van werkgever. Weigering ziekengeld terecht? Bijzondere omstandigheden?

Informatiefolder (GAK-krant).

Wetsverwijzingen
Ziektewet 29b
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
USZ 2007/111
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

05/1788 ZW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellante] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 8 februari 2005, 04/2112 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 28 februari 2007

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. J.D. van Alphen, werkzaam bij SRK Rechtsbijstand te Zoetermeer, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 17 januari 2007. Appellante is, met kennisgeving, niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door

E.C. van der Meer.

II. OVERWEGINGEN

Appellante trad op 1 april 1997 in dienst van [naam werkgever] als schaderegelaar. Op dat moment bezat appellante de status van arbeidsgehandicapte op grond van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten (Wet REA).

Bij besluit van 21 oktober 2003 weigerde het Uwv appellante ter zake van haar ziekmelding per 15 september 2003 ziekengeld op grond van de Ziektewet (ZW) te verstrekken, omdat appellante op 15 september 2003 langer dan vijf jaar in dienst was van haar werkgever en niet als arbeidsgehandicapte werknemer kon worden gezien. Het bezwaar van appellante tegen dit besluit verklaarde het Uwv bij besluit van 15 april 2004 (het bestreden besluit) ongegrond.

De rechtbank heeft het beroep van appellante ongegrond verklaard en daarbij het volgende overwogen.

“In beroep voert eiseres aan dat, nu zij met terugwerkende kracht vanaf 1 maart 1999 vermeerderd arbeidsongeschikt is verklaard, vanaf die datum een nieuwe periode van vijf jaar als bedoeld in artikel 29b van de ZW is aangevangen en dat zij daarom recht heeft op een ZW-uitkering. Eiseres baseert zich hierbij onder meer op een informatiefolder van verweerder.

Verweerder heeft, in tegenstelling tot hetgeen in de bestreden beslissing is vermeld, in het verweerschrift van 14 juni 2004 aangegeven dat aan eiseres nog geen besluit is uitgereikt over een (nieuw) recht op een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) per 1 maart 1999. Eiseres heeft dit bij brief van 1 juli 2004 bevestigd. Aangezien partijen ter zitting niet zijn verschenen om een toelichting te geven, gaat de rechtbank uit van hetgeen op dit punt in het verweerschrift is opgenomen en nadien door eiseres schriftelijk is bevestigd. Nu ten tijde van het nemen van de bestreden beslissing aan eiseres nog geen besluit was uitgereikt ten aanzien van de herziening van de mate van arbeidsongeschiktheid van eiseres per 1 maart 1999, behoeft de in dit kader aangevoerde beroepsgrond geen bespreking.”

In hoger beroep heeft appellante naar voren gebracht dat het Uwv haar bij besluit van

21 juli 2004 met ingang van 1 maart 1999 een WAO-uitkering heeft toegekend en dat dit besluit abusievelijk niet naar de rechtbank is gezonden, waardoor de rechtbank hiermee bij het geven van de aangevallen uitspraak geen rekening heeft kunnen houden. Appellante heeft ook in hoger beroep het standpunt ingenomen dat zij recht heeft op ziekengeld per 15 september 2003, gelet op informatie in een GAK-krant van september van een onbekend jaartal en het feit dat het Uwv haar met ingang van 1 maart 1999 toegenomen arbeidsongeschikt heeft geacht.

De Raad overweegt als volgt.

Appellante betwist niet dat haar ziekmelding per 15 september 2003 niet binnen vijf jaar na aanvang van haar dienstbetrekking heeft plaatsgevonden en evenmin dat er geen sprake is van een verhoogd risico als bedoeld in artikel 8 van het Arbeidsgehandicaptebesluit. Op basis van de tekst van artikel 29b van de ZW kan appellante dan ook geen aanspraak maken op ziekengeld ter zake van haar ziekmelding per 15 september 2003.

Met het Uwv is de Raad van oordeel dat appellante evenmin aan de eerdergenoemde GAK-krant van september dergelijke aanspraken kan ontlenen. Volgens vaste jurisprudentie van de Raad kunnen zich bijzondere omstandigheden voordoen waarin toepassing van wettelijke voorschriften van dwingendrechtelijke aard in strijd kan komen met het ongeschreven recht. Tot deze bijzondere omstandigheden kan behoren het geval waarin het bevoegd gezag ten aanzien van een belanghebbende uitdrukkelijk, ondubbelzinnig en ongeclausuleerd (onjuiste) inlichtingen heeft verschaft, die gerechtvaardigde en gedragsbepalende verwachtingen hebben gewekt. Van dergelijke bijzondere omstandigheden is in dit geval naar het oordeel van de Raad geen sprake. Het gaat hier om een passage in een informatiefolder, waarvan de betekenis niet eens zonder meer duidelijk is. Overigens wijst de Raad in dit verband nog naar een brief van 1 juli 2004 van de gemachtigde van appellante aan de rechtbank, waarin wordt opgemerkt dat haar cliënte er mee bekend is dat geen rechten kunnen worden ontleend aan schriftelijke informatie van het Uwv. Het hoger beroep slaagt niet.

De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door M.S.E. Wulffraat-van Dijk als voorzitter en M.C. Bruning en M.C.M. van Laar als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van J.J. Janssen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 28 februari 2007.

(get.) M.S.E. Wulffraat-van Dijk.

(get.) J.J. Janssen.