Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2007:AZ9974

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
16-02-2007
Datum publicatie
06-03-2007
Zaaknummer
05-590 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

WAO-schatting. Deugdelijke arbeidskundige toelichting pas in beroep.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

05/590 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 21 december 2004, 03/3938

(hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen

(hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 16 februari 2007

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. F. Kiliç, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend en een nader stuk ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 januari 2007, waar appellant met voorafgaand bericht niet is verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door A. Anandbahadoer.

II. OVERWEGINGEN

Bij besluit van 14 juli 2003 (hierna: bestreden besluit) heeft het Uwv gehandhaafd zijn besluit van 14 november 2002, waarbij de uitkering van appellant ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering per 24 december 2002 is herzien naar de klasse van 15 tot 25%.

De rechtbank heeft de medische component van het bestreden besluit als juist aanvaard. Voor wat betreft de arbeidskundige component van het bestreden besluit, heeft de rechtbank vastgesteld dat het bestreden besluit pas in beroep is voorzien van een deugdelijke arbeidskundige toelichting. De rechtbank heeft het beroep van appellant, gelet op de jurisprudentie van de Raad ten aanzien van het Claimbeoordelings- en Borgingssysteem, gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen van dat besluit, onder toepassing van artikel 8:72, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, in stand gelaten.

Appellant heeft in hoger beroep aangevoerd dat onvoldoende onderzoek is verricht naar de linkerpolsklachten, alsook de klachten aan de linkerkant van zijn lichaam. Door deze klachten is appellant niet in staat om de geduide functies te vervullen.

De Raad overweegt als volgt.

Voor wat betreft de medische component kent de Raad evenals de rechtbank doorslaggevende betekenis toe aan de rapportages van de (bezwaar)verzekeringsartsen. Naar het oordeel van de Raad is het onderzoek zorgvuldig en weloverwogen geweest, is de informatie van de ingeschakelde neuroloog dr. J.W. Stenvers alsook informatie uit de behandelende sector meegewogen en is in de Functionele Mogelijkheden Lijst in voldoende mate rekening gehouden met de klachten van appellant. Er zijn door appellant geen gegevens in geding gebracht, die aanleiding geven voor de veronderstelling dat sprake is van een ondeugdelijke medische oordeelsvorming.

De Raad heeft, uitgaande van de juistheid van de vastgestelde belastbaarheid, evenmin grond om ervan uit te gaan dat de aan appellant voorgehouden functies voor hem in medisch opzicht niet geschikt zouden zijn. Met de door de bezwaararbeidsdeskundige M.A. Oudenaller gegeven toelichting is in beroep alsnog inzichtelijk gemaakt waarop het bestreden besluit berust. Het hoger beroep slaagt niet.

De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door R.C. Stam. De beslissing is, in tegenwoordigheid van J.E.M.J. Hetharie als griffier, uitgesproken in het openbaar op 16 februari 2007.

(get.) R.C. Stam.

(get.) J.E.M.J. Hetharie.