Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2007:AZ9564

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
27-02-2007
Datum publicatie
28-02-2007
Zaaknummer
05-717 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

WAO-schatting.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

05/717 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellante] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen van 28 januari 2005, 04/205 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 27 februari 2007

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. R. van Asperen, advocaat te Groningen, hoger beroep ingesteld.

Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend.

Het geschil is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van de Raad op

5 december 2006, waar beide partijen, met kennisgeving, niet zijn verschenen.

II. OVERWEGINGEN

Appellante die voorheen werkzaam was als voedingsassistente en vervolgens als afdelingsassistente heeft zich op 10 december 2001 vanuit een uitkeringssituatie op grond van de Werkloosheidswet ziek gemeld in verband met spanningsklachten.

Verzekeringsarts A. van der Weele concludeerde in zijn rapportage van 14 januari 2003 dat appellante in verband met een psychische decompensatie aangewezen is op werkzaamheden met een duidelijke taak en structuur, waarbij er niet te veel contact is met collega’s en er sprake is van niet veel stress en hectiek. De arbeidsdeskundige R. Mulder achtte blijkens haar rapport van 13 maart 2003 appellante ongeschikt om haar eigen werk te verrichten, maar oordeelde aan de hand van de arbeidsmogelijkhedenlijst en de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van 14 januari 2003 dat er een zestal passende functies te duiden zijn, waarbij uitgaande van de drie hoogstverlonende functies er een verlies aan verdiencapaciteit resteerde van 6,53%. Het Uwv heeft bij besluit van

26 maart 2003 geweigerd appellante met ingang van 9 december 2002 een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) toe te kennen.

Appellante is van dit besluit in bezwaar gekomen, daartoe aanvoerende dat haar psychische beperkingen zijn onderschat en dat zij waarschijnlijk zelfs zodanig beperkt is dat zij volledig arbeidsongeschikt moet worden beschouwd. Appellante heeft ter onderbouwing van haar grief een op 17 oktober 2002 gedateerde rapportage overgelegd van psycholoog Y.C. van Olm, die werkzaam is bij Argonaut. Appellante volgde bij Argonaut een interventie-opleiding. Van Olm achtte appellante nog niet in staat om arbeid te verrichten omdat zij onmachtig is haar eigen gedrag naar anderen te veranderen en zij dreigt vast te lopen in passiviteit en eenzaamheid.

De bezwaren van appellante, en meer in bijzonder het rapport van Van Olm, hebben bezwaarverzekeringsarts T. Miedema in zijn rapportage van 6 februari 2004 geen aanleiding gegeven om het oordeel van Van der Weele voor onjuist te houden. De voornaamste bezwaren van Miedema tegen de rapportage van Argonaut betreffen het feit dat deze rapportage gebaseerd is op een psychotechnisch beroepskeuzeonderzoek, waarbij wordt uitgegaan van de klachtenbeleving en de eigen visie van de betrokkene. Miedema merkte voorts op dat de in de rapportage van Argonaut vermelde beperkingen dat het werk gestructureerd moet zijn en appellante in contactuele zin niet te veel belast moet worden, aansluiten bij de bevindingen van Van der Weele. Verder heeft de bezwaarverzekeringsarts geoordeeld dat er geen aanwijzingen zijn dat appellante duurzaam benutbare mogelijkheden zou ontberen en dat er geen noodzaak is voor een duurbeperking.

Bij besluit op bezwaar van 16 februari 2004, hierna: het bestreden besluit, heeft het Uwv het bezwaar van appellante ongegrond verklaard.

In beroep heeft appellante doen aanvoeren dat er door het Uwv ten onrechte geen betekenis is toegekend aan de rapportage van Argonaut, waaruit naar het oordeel van appellante objectiveerbaar blijkt dat zij meer beperkt is dan door het Uwv is aangenomen.

Bezwaarverzekeringsarts Visser heeft hiertegen aangevoerd dat de conclusies van de rapportage van Argonaut niet zonder meer gebruikt mogen worden voor de WAO-beoordeling, maar dat beoordeeld moet worden of de gegevens aanleiding geven om vast te stellen dat de belastbaarheid van appellante mogelijk niet juist is vastgesteld. Visser stelde op basis van de stukken vast dat bij appellante sprake lijkt te zijn van persoonlijkheidsproblematiek. Ondanks deze problematiek heeft appellante in het verleden in voldoende mate in arbeid kunnen functioneren. Visser concludeerde vervolgens dat, uitgaande van de door Van der Weele vastgestelde diagnose psychische decompensatie, en de overeenkomst in de beschrijving van de problematiek en onderzoeksbevindingen tussen de beoordeling van de verzekeringsartsen en Van Olm er geen aanleiding is het standpunt ten aanzien van de belastbaarheid te herzien.

De rechtbank heeft het standpunt van het Uwv onderschreven. De rechtbank heeft zich bij haar beoordeling van het geschil beperkt tot de medische grondslag van het bestreden besluit, omdat appellante ter zitting desgevraagd had aangegeven dat haar beroep hiertoe beperkt was.

Appellante heeft in hoger beroep haar eerder aangevoerde grieven in essentie herhaald.

De Raad overweegt als volgt.

De Raad is evenals de rechtbank van oordeel dat niet gebleken is dat de medische grondslag van het bestreden besluit onjuist is. De Raad overweegt daartoe dat verzekeringsarts Van der Weele rekening houdend met de door appellante geuite klachten, die hij plausibel achtte, geconcludeerd heeft dat appellante in verband met een psychische decompensatie aangewezen is op werkzaamheden met een duidelijke taak en structuur, waarbij er niet te veel contact is met collega’s en er sprake is van niet veel stress en hectiek. Dit standpunt is in bezwaar onderschreven door bezwaarverzekeringsarts Visser, die in de op 17 oktober 2002 gedateerde en door psycholoog Van Olm opgestelde rapportage voor Argonaut geen aanleiding heeft gezien om verdergaande beperkingen aan te nemen. De verzekeringsartsen zijn meer bepaald niet van oordeel dat appellante geen duurzaam benutbare mogelijkheden zou hebben. Het oordeel van het Uwv komt de Raad niet onjuist voor. De Raad is evenals het Uwv van oordeel dat aan de onderzoeksbevindingen van de rapportage van Argonaut, die gebaseerd zijn op een psychodiagnostisch-psychotechnisch beroepskeuzeonderzoek, geen onverkorte betekenis toekomt voor de WAO-beoordeling, omdat deze rapportage is opgemaakt vanuit een ander beoordelingskader, namelijk die van de reïntegratie. Bij dergelijke rapportages vormt de klachtenbeleving van betrokkene en de eigen visie van betrokkene een belangrijk uitgangspunt. De twee bezwaarverzekeringsartsen hebben de rapportage van Argonaut wel op relevantie beoordeeld en geoordeeld dat de in de FML neergelegde beperkingen niet te licht zijn ingeschat. Overwogen is onder meer dat appellante in het verleden ondanks de persoonlijkheidsproblematiek in voldoende mate in arbeid heeft kunnen functioneren.

De Raad merkt daarbij op dat de conclusie in de rapportage van Argonaut dat appellante vooralsnog op dat moment geen duurzaam benutbare mogelijkheden heeft, niet in overeenstemming is met het tijdens het verzekeringsgeneeskundig onderzoek gepresenteerde dagverhaal. Appellante had mogelijk weinig sociale contacten, maar ze was niet bedlegerig noch ADL-afhankelijk en ze had wel haar dagelijkse bezigheden.

De aangevallen uitspraak komt derhalve voor bevestiging in aanmerking.

De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door en C.W.J. Schoor. De beslissing is, in tegenwoordigheid van C.D.A. Bos als griffier, uitgesproken in het openbaar op 27 februari 2007.

(get.) C.W.J. Schoor.

(get.) C.D.A. Bos.