Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2007:AZ8814

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
18-01-2007
Datum publicatie
19-02-2007
Zaaknummer
05-1043 WW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verwijtbare werkloosheid. Blijvend gehele weigering van de WW-uitkering.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

05/1043 WW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant], (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 21 december 2004, 04/1798 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv)

Datum uitspraak: 18 januari 2007

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

De Bestuurscommissie Openbaar Primair Onderwijs van de gemeente Amersfoort (hierna: bestuurscommissie) heeft te kennen gegeven als belanghebbende aan het geding te willen deelnemen en heeft haar standpunt in hoger beroep uiteengezet.

Het onderzoek ter zitting heeft, gevoegd met het geding 04/5885 tussen appellant en de bestuurscommissie, plaatsgevonden op 14 december 2006. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. D. Krijgsman, werkzaam bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. De bestuurscommissie heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. drs. G.J. Heussen, werkzaam bij de Vereniging van Openbare en Algemeen Toegankelijke Scholen. Appellant en zijn raadsman zijn, zoals kort tevoren bericht, niet verschenen. Na de behandeling ter zitting zijn de zaken gesplitst; thans wordt in de onderhavige zaak uitspraak gedaan.

II. OVERWEGINGEN

1. De Raad stelt voorop dat het in dit geding aan de orde zijnde geschil wordt beoordeeld aan de hand van de Werkloosheidswet (WW) en de daarop berustende bepalingen, zoals die luidden ten tijde als hier van belang.

2. De Raad gaat op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting bij zijn oordeelsvorming uit van de volgende feiten en omstandigheden.

2.1. Appellant was al enige tijd werkzaam als conciƫrge aan de openbare basisschool

[naam school] te Amersfoort. In een gesprek van 11 oktober 2002 is hem meegedeeld dat zijn dienstverband per 1 januari 2003 zal aflopen. Bij brief van 10 december 2002 is van de mededeling in het gesprek op 11 oktober 2002 teruggekomen en is hem meegedeeld dat hij nog altijd in dienst is en op 6 januari 2003 wordt verwacht op zijn werk. Appellant is op die datum, de eerste schooldag na de kerstvakantie, niet op zijn werk verschenen. Bij brief van 7 januari 2003 is hem meegedeeld dat dit wegblijven als plichtsverzuim wordt aangemerkt en is hij gesommeerd om op 14 januari 2003 op de school te verschijnen om zijn werkzaamheden te verrichten. Daarbij is aangegeven dat indien hij niet komt een voornemen tot ontslag zal worden voorbereid. Appellant is niet op zijn werk verschenen. Bij brief van 16 januari 2003 is hij op de hoogte gebracht van het voornemen tot disciplinair ontslag omdat hij op 14 januari 2003 en daarna niet op zijn werk is verschenen. Nadat appellant zijn zienswijze op dit voornemen heeft gegeven is aan dit voornemen uitvoering gegeven en heeft de bestuurscommissie appellant per

1 april 2003 strafontslag verleend. Dit besluit is na bezwaar gehandhaafd.

2.2. De rechtbank Utrecht heeft het hiertegen ingestelde beroep bij haar uitspraak van

3 september 2004, 03/2081, ongegrond verklaard. De Raad heeft deze uitspraak bevestigd bij zijn uitspraak van heden, 04/5885.

2.3. Naar aanleiding van appellants aanvraag om een WW-uitkering heeft het Uwv bij besluit van 18 juni 2003 deze uitkering blijvend geheel geweigerd omdat appellant verwijtbaar werkloos is geworden. Daartoe is overwogen, kort gezegd, dat appellant zonder vooraankondiging of duidelijke reden wegbleef van zijn werk, dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan ernstig plichtsverzuim, reden waarom hij is ontslagen. Bij beslissing op bezwaar van 6 mei 2004 is deze blijvend gehele weigering van de uitkering gehandhaafd.

3. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep van appellant tegen het bestreden besluit van 6 mei 2004 ongegrond verklaard.

4.1. Appellant heeft ook in hoger beroep betwist dat sprake is van verwijtbare werkloosheid, aangezien hij op grond van het gesprek in oktober 2002 in de veronderstelling verkeerde dat hij na 1 januari 2003 geen dienstverband meer had en niet hoefde te komen werken. Bovendien waren de omstandigheden van dien aard, dat van hem redelijkerwijs niet kon worden gevergd te hervatten.

4.2. Onder verwijzing naar hetgeen hij heeft overwogen in zijn uitspraak van heden, 04/5885, met betrekking tot het aan appellant gegeven strafontslag is de Raad van oordeel dat appellant op 1 april 2003 verwijtbaar werkloos is geworden.

De Raad is, onder verwijzing naar de hiervoor bedoelde overwegingen, voorts van oordeel dat niet kan worden gezegd dat het gedrag appellant niet in overwegende mate kan worden verweten. De bestuurscommissie is immers onmiskenbaar teruggekomen van de in oktober 2002 aan appellant gedane mededeling over het einde van het dienstverband zodat het appellant in alle opzichten duidelijk moet zijn geweest dat het dienstverband na 1 januari 2003 nog voortduurde en dat hij op 6 januari 2003 en ook daarna aan het werk diende te gaan. Hetgeen appellant als reden voor het niet hervatten heeft aangevoerd, kan, naar het oordeel van de Raad, niet als een rechtvaardiging gelden.

4.3. Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.

De Raad acht geen termen aanwezig toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht inzake vergoeding van proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J.C.F. Talman als voorzitter en H. Bolt en K. Zeilemaker als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van O.C. Boute als griffier, uitgesproken in het openbaar op 18 januari 2007.

(get.) J.C.F. Talman.

(get.) O.C. Boute.

HD

16.01