Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2007:AZ8799

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
16-02-2007
Datum publicatie
19-02-2007
Zaaknummer
05-993 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Mate van arbeidsongeschiktheid. De Raad heeft geen grond gevonden om tot een ander oordeel te komen dan door de rechtbank in de aangevallen uitspraak is neergelegd

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

05/993 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond van 27 december 2004, 04/718 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 16 februari 2007

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. R.L.J.J. Vereijken, werkzaam voor de Stichting Rechtsbijstand te Tilburg, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaats gevonden op 5 januari 2007. Appellant is aldaar, zoals tevoren is bericht, niet verschenen. Het Uwv was vertegenwoordigd door W.J.M.H. Lagerwaard.

II. OVERWEGINGEN

Onder verwijzing naar de aangevallen uitspraak voor een uitgebreide weergave van de feiten en omstandigheden die in dit geding van belang zijn, volstaat de Raad met het volgende.

Het inleidend beroep richt zich tegen het besluit van het Uwv van 26 april 2004, waarbij het Uwv - beslissend op bezwaar - zijn besluit heeft gehandhaafd om appellant met ingang van 26 december 2003 - in aansluiting op het einde van de wachttijd - een uitkering toe te kennen ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%.

De rechtbank heeft het inleidend beroep ongegrond verklaard.

In hoger beroep heeft appellant zich evenals in beroep op het standpunt gesteld dat hem met ingang van 26 december 2003 een WAO-uitkering dient te worden toegekend naar een hoger arbeidsongeschiktheidspercentage dan 35 tot 45, aangezien het Uwv de omvang en ernst van zijn medische beperkingen onderschat en zijn functionele mogelijkheden overschat. Hetgeen appellant in hoger beroep ter onderbouwing van zijn standpunt heeft aangevoerd, vormt een herhaling van hetgeen reeds in beroep is aangevoerd. Nieuwe gezichtspunten zijn niet naar voren gebracht.

De Raad heeft geen grond gevonden om tot een ander oordeel te komen dan door de rechtbank in de aangevallen uitspraak is neergelegd. Naar het oordeel van de Raad heeft de rechtbank de door appellant in hoger beroep herhaalde grieven afdoende besproken en genoegzaam gemotiveerd waarom die grieven niet slagen. De Raad onderschrijft de ter zake door de rechtbank gehanteerde overwegingen en maakt deze tot de zijne.

Het voorgaande betekent dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

De Raad acht geen termen aanwezig om met toepassing van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht een proceskostenveroordeling uit te spreken.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door G.J.H. Doornewaard. De beslissing is, in tegenwoordigheid van N.E. Nijdam als griffier, uitgesproken in het openbaar op 16 februari 2007.

(get.) G.J.H. Doornewaard

(get.) N.E. Nijdam

TM