Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2007:AZ7917

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
25-01-2007
Datum publicatie
07-02-2007
Zaaknummer
06/4858 WAO
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

(Vervolg)dagloon.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

06/4858 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 3 juli 2006, 05/2822 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 25 januari 2007.

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld aangevuld bij schrijven van 29 augustus 2006 (met bijlagen) en 19 december 2006 (met bijlagen).

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het geding is behandeld ter zitting van de Raad van 4 januari 2007 waar appellant in persoon is verschenen, terwijl het Uwv zich heeft doen vertegenwoordigen door M.J.H. Maas, werkzaam bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.

II. OVERWEGINGEN

De Raad stelt voorop dat het in dit geding aan de orde zijnde geschil wordt beoordeeld aan de hand van Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) en de daarop rustende bepalingen, zoals die luidden ten tijde als hier van belang.

Bij besluit van 12 december 1996 heeft de Nieuwe Algemene Bedrijfsvereniging, voorganger van het Uwv, appellant met ingang van 18 november 1995 een uitkering in de zin van de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) toegekend. Bij dit besluit is de mate van arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 80 tot 100% en het dagloon op f 135,31 (vervolgdagloon f 115,78). Na gemaakt bezwaar is het dagloon uiteindelijk bij besluit van 24 oktober 1997 verhoogd tot f 182,71 (vervolgdagloon f 130,31/€ 58,99).

Bij besluit van 29 juli 1997 is de WAO-uitkering van appellant met ingang van 27 mei 1997 herzien en nader vastgesteld naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%.

Bij besluit van 1 juni 2005 heeft het Uwv de WAO-uitkering van appellant met ingang 20 mei 2005 herzien en berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, waarbij het Uwv is uitgegaan van een rekendagloon van € 76,01, zijnde het geïndexeerde vervolgdagloon dat bij besluit van 24 oktober 1997 is vastgesteld op € 58,99. Het Uwv heeft het ingestelde bezwaar, dat uitsluitend ziet op de hoogte van het dagloon, bij besluit van 9 augustus 2005 ongegrond verklaard.

De rechtbank heeft het beroep tegen het besluit van 9 augustus 2005 bij de aangevallen uitspraak ongegrond verklaard. Daarbij heeft de rechtbank het volgende overwogen, waarbij appellant is aangeduid als eiser en het Uwv als verweerder:

"Bij toekenningsbesluit van 24 oktober 1997 heeft verweerder eiser met ingang van 18 november 1995 een WAO-uitkering toegekend, gebaseerd op een (vervolg)dagloon van € 58,99 (f 130,01). Dit besluit staat in rechte vast. Bij het bestreden besluit is dit dagloon geïndexeerd naar de datum in geding,

20 mei 2005. Verweerder heeft deze berekening nader toegelicht in het verweerschrift van 14 december 2005 en de brief van 8 februari 2006. De rechtbank ziet geen aanknopingspunten deze berekening van verweerder voor onjuist te houden. Voorts heeft eiser geen gegevens overgelegd op grond waarvan tot een ander oordeel moet worden gekomen.".

De Raad kan zich vinden in het oordeel van de rechtbank en maakt de daartoe gebezigde overwegingen tot de zijne. Hetgeen appellant in hoger beroep heeft aangevoerd bevat vergeleken met de grieven in eerste aanleg geen nieuwe gezichtspunten en heeft de Raad niet tot een ander oordeel kunnen brengen. Ter voorlichting van appellant merkt de Raad op dat appellant ten onrechte in de veronderstelling verkeert dat het Uwv bij de berekening van de uitkering dient uit te gaan van een dagloon van € 106,82, zijnde het naar 20 mei 2005 geïndexeerde dagloon dat bij besluit van 24 oktober 1997 is vastgesteld op f 182,71.

Uit het voorgaande volgt dat het hoger beroep niet kan slagen en dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door B.J. van der Net. De beslissing is, in tegenwoordigheid van R.E. Lysen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 25 januari 2007.

(get). B.J. van der Net

(get). R.E. Lysen

BKH 26107