Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2007:AZ7873

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
10-01-2007
Datum publicatie
06-02-2007
Zaaknummer
05-7102 WW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Nader besluit. Vergoeding renteschade en proceskostenveroordeling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

05/7102 WW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Maastricht van 4 november 2005, 05/547 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 10 januari 2007.

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. I.H.M. Hest, advocaat te Eindhoven, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend en bij brief van 11 juli 2006 geantwoord op een vraag van de Raad d.d. 15 juni 2006.

Bij brief van 23 oktober 2006 heeft het Uwv de Raad laten weten zijn standpunt niet te handhaven. Het Uwv heeft de Raad op 26 oktober 2006 een gewijzigde beslissing op bezwaar van diezelfde datum toegezonden.

Bij schrijven van 24 november 2006 heeft mr. Hest, voornoemd, de Raad laten weten dat met de beslissing van 26 oktober 2006 wordt tegemoet gekomen aan de bezwaren van appellante.

Partijen hebben desgevraagd toestemming verleend behandeling ter zitting achterwege te laten.

II. OVERWEGINGEN

De Raad stelt voorop dat het in dit geding aan de orde zijnde geschil wordt beoordeeld aan de hand van de Werkloosheidswet (WW) en de daarop berustende bepalingen, zoals die luidden ten tijde als hier van belang.

Aan appellante is ingaande 1 maart 2004 WW-uitkering toegekend.

Bij het op bezwaar tegen het besluit van 26 maart 2004 gegeven besluit van 29 juli 2004 heeft het Uwv - voor zover hier van belang - de tijdelijke gedeeltelijke weigering van 20% van de uitkering vanwege het in onvoldoende mate trachten passende arbeid te verkrijgen, gehandhaafd.

De rechtbank heeft het beroep van appellante tegen het besluit van 29 juli 2004 bij de aangevallen uitspraak ongegrond verklaard.

Namens appellante is tegen deze uitspraak hoger beroep ingesteld, waarbij de Raad is verzocht de aangevallen uitspraak te vernietigen en te bepalen dat de korting op appellantes WW-uitkering alsnog ongedaan dient te worden gemaakt. Tevens is namens appellante verzocht om vergoeding van wettelijke rente en vergoeding van kosten van rechtsbijstand.

De Raad overweegt als volgt.

Gelet op het onder I. genoemde nadere besluit van 26 oktober 2006 en de brief van appellante van 24 november 2006 komt het besluit van 29 juli 2004, alsook de aangevallen uitspraak, voor vernietiging in aanmerking. Het verzoek om met toepassing van artikel 8:73 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) het Uwv te veroordelen tot vergoeding van renteschade kan worden ingewilligd, in dier voege dat het Uwv de wettelijke rente dient te vergoeden over de nabetaling van de uitkering en dat de ingangsdatum van de rente wordt gesteld op 1 mei 2004. Voor de verdere berekening wordt verwezen naar ’s Raads uitspraak van 1 november 1995, LJN ZB1495, RSV 1996/182 en JB 1995/314

De Raad ziet aanleiding om met toepassing van artikel 8:75 van de Awb het Uwv te veroordelen in de proceskosten van appellante tot een bedrag van € 644,-- voor kosten van verleende rechtsbijstand in eerste aanleg en een bedrag van € 322,-- voor kosten van verleende rechtsbijstand in hoger beroep.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Vernietigt de aangevallen uitspraak;

Verklaart het beroep tegen het besluit van 29 juli 2004 gegrond en vernietigt dat besluit;

Veroordeelt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tot vergoeding van renteschade;

Veroordeelt de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in de proceskosten van appellante tot een bedrag van € 966,--, te betalen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan de griffier van de Raad;

Bepaalt dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen het door appellante betaalde griffierecht van € 140,-- vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door M.A. Hoogeveen. De beslissing is, in tegenwoordigheid van P. Boer als griffier, uitgesproken in het openbaar op 10 januari 2007.

(get.) M.A. Hoogeveen.

(get.) P. Boer.