Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2007:AZ7834

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
24-01-2007
Datum publicatie
06-02-2007
Zaaknummer
06-5774 WW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Overschrijding beroepstermijn.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

06/5774 WW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:

[appellant], wonende te [woonplaats], (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Alkmaar van 23 augustus 2006, 05/3253 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.

Datum uitspraak: 24 januari 2007.

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. D.S. de Ploeg, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.

II. OVERWEGINGEN

In artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht, is bepaald dat het beroepschrift de gronden van het beroep dient te bevatten. Ingevolge artikel 21 van de Beroepswet is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.

Het ingediende beroepschrift bevat echter geen gronden.

Bij brief van 16 oktober 2006 is de gemachtigde van appellant in de gelegenheid gesteld dit verzuim binnen vier weken te herstellen.

Mr. D.S. de Ploeg heef bij schrijven van 1 november 2006 te kennen geven appellant niet langer te zullen bijstaan als gemachtigde.

Bij schrijven van 9 november 2006 is aan appellant gevraagd aan te geven of appellant het hoger beroep al dan niet wenst voort te zetten nu mr. D.S. de Ploeg appellant niet langer zal bijstaan als gemachtigde. Daarbij is verzocht indien deze vraag bevestigend wordt beantwoord, binnen vier weken na dagtekening van deze brief alsnog de gronden van het hoger beroep in te zenden.

Bij aangetekende brief van 11 december 2006 is aan appellant nogmaals de gelegenheid geboden de beroepsgronden in te dienen. Daarbij is een termijn van vier weken gesteld en is erop gewezen dat overschrijding van die termijn tot niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep kan leiden.

Appellant heeft ook deze termijn ongebruikt voorbij laten gaan.

Nu niet is gebleken van redenen die een verontschuldiging vormen voor dit verzuim, acht de Raad het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.

Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door C.P.J. Goorden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van E. Blijleven-de Vries als griffier, uitgesproken in het openbaar op 24 januari 2007.

(get.) C.P.J. Goorden.

(get.) E. Blijleven-de Vries.

Tegen deze uitspraak kunnen partijen en (andere) belanghebbenden binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.