Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2007:AZ7667

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
31-01-2007
Datum publicatie
02-02-2007
Zaaknummer
04-4629 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Nieuwe beslissing op bezwaar. Bezwaar alsnog gegrond. Geen belang meer. Niet-ontvankelijk verklaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

04/4629 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellante], h.o.d.n. [handelsnaam], wonende te [woonplaats], zaakdoende te [vestigingsplaats], (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 12 juli 2004, 03/4544 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna Uwv).

Datum uitspraak: 31 januari 2007

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. J. Versteegh, advocaat te Leiden, hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.

Desgevraagd heeft het Uwv bij brief van 31 mei 2006 de Raad meegedeeld dat het ingenomen standpunt niet langer wordt gehandhaafd en dat een gewijzigde beslissing op bezwaar wordt afgegeven. In de gewijzigde beslissing op bezwaar van 2 juni 2006 wordt het bezwaar van appellante alsnog gegrond verklaard en de opgelegde loondoorbetalingsverplichting ingetrokken.

Namens appellante heeft mr. J. Versteegh bij schrijven van 16 juni 2006 de Raad bericht dat appellante zich refereert aan de gewijzigde beslissing op bezwaar.

Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.

II. OVERWEGINGEN

Blijkens de brief van 16 juni 2006 van de gemachtigde van appellante heeft appellante geen belang meer bij een beoordeling van het hoger beroep, zodat dit niet-ontvankelijk kan worden verklaard.

De Raad ziet aanleiding om het Uwv te veroordelen in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De kosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 322,- voor verleende rechtsbijstand in beroep en € 322,- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep.

Voorts merkt de Raad nog op dat uit het bepaalde in artikel 22, vijfde lid, van de Beroepswet volgt dat appellante zich met een verzoek om vergoeding van het betaalde griffierecht rechtstreeks tot het Uwv dient te wenden.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Veroordeelt de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in de kosten van appellante tot een bedrag groot € 644,-, te betalen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.

Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 31 januari 2007.

(get.) Ch. van Voorst.

(get.) A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen.

JL