Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2007:AZ7553

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
24-01-2007
Datum publicatie
31-01-2007
Zaaknummer
05-190 ZW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Intrekking WAO-uitkering.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

05/190 ZW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 4 januari 2005, 04/2202 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 24 januari 2007

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. A. Bosveld, advocaat te Rotterdam, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 13 december 2006. Appellant is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door W.L.J. Weltevrede.

II. OVERWEGINGEN

Bij besluit van 19 november 2002 heeft het Uwv de aan appellant toegekende uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) met ingang van

16 januari 2003 ingetrokken. Aan dit besluit ligt ten grondslag dat appellant geschikt wordt geacht voor onder meer de functies vleeswarenmaker, productiemedewerker en medewerker tuinbouw. Het hiertegen gerichte beroep is bij uitspraak van

12 februari 2004 door de rechtbank Rotterdam ongegrond verklaard.

Appellant heeft zich op 3 maart 2003, toen hij een uitkering ingevolge de Werkloosheidswet (WW) ontving, ziek gemeld met toegenomen klachten aan zijn rechterpols en toegenomen psychische klachten. Hij heeft met ingang van die dag een uitkering ingevolge de Ziektewet (ZW) ontvangen.

De verzekeringsarts Van Uitert heeft appellant op 7 mei 2003 op het spreekuur onderzocht en heeft vastgesteld dat appellant (weer) geschikt is voor onder meer de geduide functies vleeswarenmaker, productiemedewerker en medewerker tuinbouw.

Bij besluit van 11 juni 2003 heeft het Uwv appellant meegedeeld dat hem op en na

8 mei 2003 geen uitkering ingevolge de ZW toekomt, omdat hij met ingang van die datum niet arbeidsongeschikt wordt geacht.

In het kader van het tegen dit besluit gemaakte bezwaar heeft de bezwaarverzekeringsarts A.C.J. Wever het dossier bestudeerd, waaronder de door appellant ingebrachte brief van de psychiater R. Soylu van 10 april 2004. In zijn rapport van 15 juni 2004 heeft de bezwaarverzekeringsarts geconcludeerd dat er geen aanleiding is om te veronderstellen dat de verzekeringsarts het oordeel met betrekking tot de arbeidsongeschiktheid op en na 8 mei 2003 onvoldoende heeft onderbouwd.

Bij besluit van 28 juni 2004 (hierna: bestreden besluit) heeft het Uwv het tegen het besluit van 11 juni 2003 gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het hiertegen gerichte beroep ongegrond verklaard. De rechtbank heeft daartoe onder meer overwogen dat de voorhanden zijnde medische gegevens voldoende duidelijkheid geven over appellants gezondheidstoestand ten tijde in geding en dat de informatie van de psychiater geen ander licht werpt op de gezondheidstoestand van appellant en de beperkingen die daaruit voortvloeien voor het verrichten van arbeid ten tijde in geding.

In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat hij op 8 mei 2003 wegens toegenomen beperkingen aan zijn linkerhand en toegenomen psychische klachten niet in staat was de in het kader van de WAO als passend geduide functies te verrichten.

De Raad kan de conclusie en de overwegingen van de rechtbank volledig onderschrijven en maakt deze tot de zijne. De Raad merkt voorts op dat appellant ondanks de aankondiging in het aanvullend beroepschrift van 14 maart 2005 geen nadere medische informatie heeft ingebracht.

De aangevallen uitspraak komt derhalve voor bevestiging in aanmerking.

Voor een proceskostenveroordeling zijn geen termen aanwezig.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door M.C. Bruning als voorzitter en

M.C.M. van Laar en E. Dijt als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van

M. Gunter als griffier, uitgesproken in het openbaar op 24 januari 2007.

(get.) M.C. Bruning.

(get.) M. Gunter.

JL