Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2007:AZ6901

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
19-01-2007
Datum publicatie
25-01-2007
Zaaknummer
04-7181 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

WAO-schatting.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

04/7181 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 15 november 2004, 04/526 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 19 januari 2007

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 december 2006. Appellant is verschenen, vergezeld door E.L.C. Volkers, decaan bij het Regionaal Opleidingscentrum te Amsterdam. Het Uwv is niet verschenen.

II. OVERWEGINGEN

Appellant is werkzaam geweest als data-retrieval specialist bij Delta Lloyd. Op 23 augustus 2002 heeft appellant zijn werkzaamheden gestaakt als gevolg van psychische klachten voortvloeiende uit de werksituatie.

Bij het medisch onderzoek op 20 juni 2003 in het kader van de aanvraag door appellant voor een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering heeft verzekeringsarts J.D. van de Nieuwegiessen geconcludeerd dat er geen sprake is van een situatie van geen duurzaam benutbare mogelijkheden. Hij heeft wel een aantal beperkingen aangenomen op het gebied van de psyche, te weten intensief met anderen samenwerken, spreken en werken onder druk. Concentratie en geheugen zijn enigermate beperkt. Volgens de verzekeringsarts is er geen indicatie voor een lichamelijke beperking omdat er geen lichamelijke afwijking bij appellant gevonden is.

De verzekeringsarts heeft vervolgens een aantal beperkingen ten aanzien van het normaal functioneren bij de rubrieken persoonlijk en sociaal functioneren in de (kritische) Functionele Mogelijkheden Lijst aangenomen.

Het daarop volgende arbeidskundig onderzoek leverde op dat appellant ongeschikt werd geacht voor de maatgevende arbeid, maar door een theoretische schatting op gangbare arbeid in de arbeidsongeschiktheidsklasse van 35 tot 45% per einde wachttijd op 21 augustus 2003 komt. Dit is neergelegd in een besluit van 27 augustus 2003.

Het tegen dit besluit aangetekende bezwaar is bij besluit van 6 februari 2004 (hierna: het bestreden besluit) ongegrond verklaard.

De rechtbank heeft in de in het dossier aanwezige medische gegevens voldoende aanknopingspunten gevonden voor het oordeel dat door het Uwv ten aanzien van appellant een juist medisch oordeel ten aanzien van het verrichten van arbeid is aangenomen.

De van de zijde van appellant in bezwaar en beroep, en thans wederom in hoger beroep, aangevoerde grieven betreffen de medische grondslag van het bestreden besluit. Appellant is de mening toegedaan dat bij het vaststellen van zijn beperkingen door de (bezwaar-)verzekeringsartsen onvoldoende rekening gehouden is met zijn vermoeidheidsklachten, zijn sociale fobie en zijn lichamelijke klachten. Hij acht zich niet in staat tot het vervullen van de voor hem geselecteerde functies.

Evenals de rechtbank en met overneming van haar overwegingen in de aangevallen uitspraak heeft de Raad in de in dit geding beschikbare medische en andere gegevens geen aanknopingspunten gevonden te twijfelen aan de juistheid van het aan het bestreden besluit ten grondslag gelegde medische oordeel. De Raad neemt hierbij in aanmerking dat van de zijde van appellant geen medische gegevens in het geding zijn gebracht die aanwijzingen bevatten voor het oordeel dat appellant in objectief-medische zin op de hier in geding zijnde datum ernstiger beperkt is te achten dan de beperkingen die reeds door de verzekeringsartsen van het Uwv in aanmerking zijn genomen.

Op grond van het bovenstaande moet worden vastgesteld dat appellants medische beperkingen niet zijn onderschat. Uitgaande van de juistheid van de vastgestelde belastbaarheid bestaat evenmin grond om ervan uit te gaan dat de aan appellants voorgehouden functies voor hem in medisch opzicht niet geschikt zouden zijn.

De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus gegeven door R.C. Stam als voorzitter in tegenwoordigheid van T.R.H. van Roekel als griffier en uitgesproken in het openbaar op 19 januari 2007.

(get.) R.C. Stam.

(get.) T.R.H. van Roekel.