Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2007:AZ6768

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
04-01-2007
Datum publicatie
23-01-2007
Zaaknummer
05-2794 AW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Functiewaardering.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
TAR 2007/67
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

05/2794 AW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Texel (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Alkmaar van 21 maart 2005, 03/1513 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

[betrokkene], (hierna: betrokkene)

en

appellant

Datum uitspraak: 4 januari 2007

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Betrokkene heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 november 2006. Appellant heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. W.J.J. Kruidenier, juridisch adviseur te Apeldoorn, en A.G.W. van der Horst, werkzaam bij de gemeente Texel. Betrokkene is in persoon verschenen.

II. OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting uit van de volgende hier van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1. Betrokkene is in vaste dienst werkzaam als beleidsmedewerker op de afdeling Cultuur en Educatie van de gemeente Texel. Met toepassing van de op 1 januari 2002 in werking getreden Regeling organieke functiewaardering 2002 (hierna: Regeling 2002) heeft een integrale functiewaarderingsronde plaatsgevonden. Dit heeft ertoe geleid dat de functie van betrokkene bij besluit van 5 december 2002 is ingedeeld in de zogeheten functiefamilie Beleidsmedewerker 1 (hierna: BM 1). Aan de functiefamilie BM 1 is blijkens het desbetreffende functieboek hoofdgroep IV en een functieschaal 9 toegekend.

1.2. Betrokkene heeft bezwaar gemaakt tegen deze indeling, omdat zij meent dat haar functie, evenzeer als de functies van twee collega beleidsmedewerkers binnen de afdeling Cultuur en Educatie, moet worden ingedeeld in de functiefamilie Beleidsmedewerker 2 (hierna: BM 2), waaraan hoofdgroep V en een functieschaal 10 is toegekend.

1.3. Bij besluit van 14 oktober 2003 (hierna: bestreden besluit) heeft appellant het bezwaar van betrokkene ongegrond verklaard. Wel is betrokkene kort voordien op basis van persoonlijk functioneren bevorderd naar uitloopschaal 10.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank - met bepalingen omtrent griffierecht en proceskosten - het beroep van betrokkene tegen het bestreden besluit gegrond verklaard, dit besluit vernietigd en bepaald dat appellant een nieuw besluit op het bezwaarschrift neemt met inachtneming van hetgeen in die uitspraak is overwogen. De rechtbank heeft daaraan ten grondslag gelegd dat een duidelijke beschrijving van de inhoud van betrokkenes werkzaamheden ontbreekt zodat niet kan worden beoordeeld of appellant de functie van betrokkene met recht heeft kunnen indelen in de functiefamilie BM 1. Ook de takenmatrix bevat volgens de rechtbank geen duidelijke weergave van de werkzaamheden van betrokkene en biedt onvoldoende inzicht in het concrete samenstel van werkzaamheden.

3. In hoger beroep heeft appellant gesteld dat de takenmatrix wel een duidelijke beschrijving geeft van de aan betrokkene opgedragen taken en dat de inhoud van die taken het meest overeenkomt met de beschrijving van de functiefamilie BM 1.

4. De Raad overweegt als volgt.

4.1. Ingevolge artikel 1, aanhef en onder c, van de Regeling 2002 is een functiebeschrij-ving de beschrijving van een organieke functie die door één of meer ambtenaren kan worden vervuld. Een organieke functie is ingevolge artikel 1, aanhef en onder b, van de Regeling 2002 een taak of groep van taken zoals die binnen het raam van de voor de gemeente geldende regelingen door of namens appellant is vastgesteld. In het kader van de Regeling 2002 heeft appellant een functieboek vastgesteld waarin organieke functies zijn beschreven die voor de functiewaardering organisatiebreed toepasbaar zijn. Deze organieke functies zijn door appellant elk functiefamilies genoemd.

4.2. Ter uitvoering van dit systeem van functiewaardering heeft appellant elke afzonderlijke functie binnen de gemeente Texel in een functiefamilie ingedeeld. De Raad is evenals de rechtbank van oordeel dat bij de vergelijking van de inhoud van de opgedragen functie met de beschrijvingen van de functiefamilies, aan appellant beoordelingsruimte toekomt, maar dat die vergelijking wel moet berusten op een voldoende feitelijke grondslag, die verifieerbaar moet zijn.

4.3. De Raad is, anders dan de rechtbank, van oordeel dat de takenmatrix van betrokkenes functie een voldoende concreet inzicht verschaft in de omvang en de reikwijdte van de aan betrokkene opgedragen taken om als basis te kunnen dienen voor de indeling in een functiefamilie. De matrix vermeldt de afzonderlijke beleidsterreinen die tot betrokkenes werkzaamheden behoren en geeft per beleidsterrein inzicht in de diverse aspecten van de beleidsadvisering en binnen welke kaders de beleidsadvisering plaatsvindt. Ter zitting van de Raad heeft betrokkene in grote lijnen bevestigd dat deze takenmatrix een juiste weergave is van de functie die haar per 1 januari 2002 was opgedragen.

4.4. Vervolgens dient de Raad te beoordelen of de indeling van de aan betrokkene opgedragen functie, gezien de daaronder vallende taken, in functiefamilie BM 1 in rechte houdbaar is. Volgens vaste rechtspraak (CRvB 1 december 2005, LJN AV6117 en TAR 2006, 87) is de rechterlijke toetsing in een dergelijk geval terughoudend.

4.4.1. Uit de in het functieboek opgenomen beschrijving van de functiefamilie BM 1 volgt dat de desbetreffende functionaris belast is met beleidsadviserende en beleidsuitvoerende werkzaamheden die volgen uit een taak of uit opdrachten die in meer algemene aanwijzingen zijn gesteld, maar waarvoor veelal specifieke kaders en uitgangspunten zijn aangegeven. De opdrachten laten ruimte voor eigen initiatief en interpretatie en voor keuzes uit meerdere oplossingen en benaderingswijzen. De werkzaamheden beperken zich veelal tot één beleidsterrein of één afdeling. In het bijzonder gelet op de takenmatrix is de Raad van oordeel dat de indeling van betrokkenes functie in de functiefamilie BM 1 niet op onvoldoende gronden berust.

4.4.2. Appellant heeft duidelijk gemaakt dat voor indeling in de functiefamilie BM 2 ten minste vereist is dat sprake is van beleidsadvisering waarbij samenhang bestaat tussen diverse beleidsterreinen en/of afdelings- of sectoroverstijgende onderwerpen. Betrokkenes adviserende werkzaamheden bestrijken weliswaar verscheidene beleidsterreinen, maar van samenhang of overstijging van afdeling of sectie is bij deze beleidsadvisering nagenoeg geen sprake. Dat betrokkenes werkzaamheden, zoals appellant ook heeft bevestigd, soms aspecten bevatten die behoren bij functiefamilie BM 2, hetgeen bijvoorbeeld aan de orde kan zijn bij het opstellen van een integraal jeugdbeleid en bij de beleidsontwikkeling op het gebied van onderwijs omdat daarbij sprake is van een lokale invulling van rijksbeleid, kan de Raad evenmin tot het oordeel brengen dat de functie daarom moet worden ingedeeld in de functiefamilie BM 2.

4.5. Tot slot overweegt de Raad dat hij ook in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd ten aanzien van de inhoud van haar werkzaamheden in vergelijking met de inhoud van werkzaamheden van beleidsmedewerkers van wie de functies wel zijn ingedeeld in de functiefamilie BM 2, geen grond ziet om tot een ander oordeel te komen.

5. Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep slaagt. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd en het door gedaagde bij de rechtbank ingestelde beroep moet ongegrond worden verklaard.

6. De Raad acht tot slot geen termen aanwezig toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht inzake vergoeding van proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Vernietigt de aangevallen uitspraak;

Verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door H.A.A.G. Vermeulen, als voorzitter en J.Th. Wolleswinkel en A.W.M. Bijloos als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van E.W.F. Menkveld-Botenga als griffier, uitgesproken in het openbaar op 4 januari 2007.

(get.) H.A.A.G. Vermeulen.

(get.) E.W.F. Menkveld-Botenga.

HD

28.12