Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2007:AZ6731

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
12-01-2007
Datum publicatie
23-01-2007
Zaaknummer
05-5275 WTS
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Terugvordering tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten. Stond betrokkene bij onderwijsinstelling ingeschreven?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

05/5275 WTS

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

M.P. Mitra, wonende te Eindhoven (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 12 juli 2005, nr. 05/119 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de hoofddirectie van de Informatie Beheer Groep (hierna: IB-Groep)

Datum uitspraak: 12 januari 2007

I. PROCESVERLOOP

P.J. Mitra, de broer van appellant, heeft namens appellant hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.

De IB-Groep heeft een verweerschrift ingediend.

Bij schrijven van 21 november 2006 heeft P.J. Mitra de argumenten van appellant nog eens uitvoerig uiteengezet.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 1 december 2006. Voor appellant is verschenen P.J. Mitra, voornoemd, terzijde gestaan door hun vader N.K. Mitra. De IB-Groep was vertegenwoordigd door mr. M. van der Toorn.

II. OVERWEGINGEN

Appellant is per 4 mei 2000 begonnen met een schriftelijke havo-opleiding oude stijl aan de Nederlandse Handels Academie (NHA). Voor de schooljaren 2003-2004 en 2004-2005 heeft hij een tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage en schoolkosten aangevraagd. Deze tegemoetkoming is hem bij besluiten van 26 september 2003 en

30 juli 2004 toegekend.

Naar aanleiding van een inschrijvingscontrole heeft de IB-Groep de aanvankelijke toekenningen over 2003-2004 en 2004-2005 bij besluiten van 26 oktober 2004 en 5 november 2004 volledig herzien en de ten onrechte uitbetaalde tegemoetkoming teruggevorderd. Tegen deze besluiten heeft appellant bezwaar gemaakt. Dit bezwaar is bij besluit van

15 december 2004 (het bestreden besluit) ongegrond verklaard.

De rechtbank heeft geoordeeld dat aan het bestreden besluit een motiveringsgebrek kleeft, maar dat het inhoudelijk juist is, aangezien op grond van de gedingstukken als vaststaand moet worden aangenomen dat appellant in de schooljaren 2003-2004 en 2004-2005 niet bij de NHA stond ingeschreven. Daarom heeft de rechtbank het bestreden besluit wegens strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen van dat besluit in stand blijven.

Appellant heeft in hoger beroep aanvankelijk aangevoerd dat hij wel stond ingeschreven. Hij heeft in dit verband verwezen naar de inhoud van de door hem ingediende aanvraagformulieren. Naderhand heeft hij zich op het standpunt gesteld dat hem niet mag worden tegengeworpen dat de onderwijsinstelling hem zonder zijn medeweten heeft uitgeschreven.

Het hoger beroep treft geen doel. NHA Opleidingen heeft in een door de IB-Groep overgelegde e-mail van 18 oktober 2005 bevestigd dat appellant vanaf juli 2003 niet meer bij dat onderwijsinstituut stond ingeschreven. Het uitschrijven als cursist is een zaak tussen appellant en de onderwijsinstelling. De IB-Groep dient zich bij het uitvoeren van de wet te baseren op de feiten. En feit is, dat appellant in de schooljaren 2003/2004 en 2004/2005 niet stond ingeschreven.

De aangevallen uitspraak komt bijgevolg voor bevestiging in aanmerking.

Er zijn geen termen aanwezig voor vergoeding van proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J. Janssen. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.H.A. Uri als griffier, uitgesproken in het openbaar op 12 januari 2007.

(get.) J. Janssen.

(get.) M.H.A. Uri.