Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2007:AZ6470

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
17-01-2007
Datum publicatie
18-01-2007
Zaaknummer
06-4344 WWB
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Verzet
Inhoudsindicatie

Ongegrondverklaring van het verzet. Geen feiten of omstandigheden die een doorbreking van het appèlverbod zouden kunnen rechtvaardigen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

06/4344 WWB

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:

[appellant] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Zutphen van 8 juni 2006, 05/210 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Apeldoorn

Datum uitspraak: 17 januari 2007

I. PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 21 van de Beroepswet van

26 september 2006 heeft de Raad ter zake van het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak zich onbevoegd verklaard.

Tegen de uitspraak van de Raad van 26 september 2006 heeft appellant verzet gedaan.

De zaak is ter behandeling aan de orde gesteld op 16 januari 2007 waar partijen niet zijn verschenen.

II. OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 26 september 2006 berust hierop, dat ingevolge artikel 18, tweede lid, aanhef en onder b, van de Beroepswet is bepaald dat tegen een uitspraak van een rechtbank als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Awb geen hoger beroep kan worden ingesteld.

In hetgeen in verzet is aangevoerd heeft de Raad geen aanknopingspunten gevonden om de uitspraak waarvan verzet voor onjuist te houden.

De Raad is verder niet gebleken van feiten of omstandigheden die een doorbreking van het appèlverbod zouden kunnen rechtvaardigen. De Raad merkt in dit verband op dat niet gebleken is, dat sprake is van een evidente schending van de eisen van een goede procesorde, dan wel van fundamentele rechtsbeginselen die een eerlijk proces waarborgen.

Gelet op het voorgaande dient het verzet ongegrond te worden verklaard.

Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door A.B.J. van der Ham. De beslissing is, in tegenwoordigheid van P.C. de Wit als griffier, uitgesproken in het openbaar op 17 januari 2007.

(get.) A.B.J. van der Ham.

(get.) P.C. de Wit.