Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2007:AZ6033

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
09-01-2007
Datum publicatie
15-01-2007
Zaaknummer
06-1611 WWB
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afwijzing aanvraag bijstandsuitkering omdat betrokkene onvoldoende en niet verifieerbare financiële gegevens heeft

overgelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JWWB 2007, 70
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

06/1611 WWB

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond van 9 februari 2006, 05/1328 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Beesel (hierna: College)

Datum uitspraak: 9 januari 2007

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. C.W.J. Faber, advocaat te Echt, hoger beroep ingesteld.

Het College heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft, gevoegd met het onderzoek in het geding met reg.nr. 05/6484 BZ, plaatsgevonden op 28 november 2006, waar appellant is verschenen en waar het College zich - met voorafgaand bericht - niet heeft laten vertegenwoordigen. Na het sluiten van het onderzoek zijn de zaken weer gesplitst. In deze zaak wordt afzonderlijk uitspraak gedaan.

II. OVERWEGINGEN

De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

Appellant exploiteerde ten tijde hier van belang een internetcafé/belhuis. Op 11 februari 2005 heeft hij bij het College een aanvraag ingediend om algemene bijstand op grond van artikel 2, eerste lid, aanhef en onder e, van het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004).

Bij besluit van 27 april 2005 heeft het College deze aanvraag afgewezen. Het College heeft hieraan ten grondslag gelegd dat appellant onvoldoende en niet verifieerbare financiële gegevens heeft overgelegd, zodat hij de op hem rustende inlichtingen-verlichting heeft geschonden, waardoor niet kan worden vastgesteld of, en zo ja, in welke mate hij recht heeft op algemene bijstand ingevolge het Bbz 2004.

Bij besluit van 18 juli 2005 heeft het College het bezwaar tegen het besluit van 27 april 2005 ongegrond verklaard.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het tegen het besluit van 18 juli 2005 ingestelde beroep ongegrond verklaard.

In hoger beroep heeft appellant zich gemotiveerd tegen deze uitspraak gekeerd.

De Raad komt tot de volgende beoordeling.

Ingevolge artikel 2, eerste lid, aanhef en onder e, van het Bbz 2004 kan algemene bijstand worden verleend aan de zelfstandige die om gezondheidsredenen niet of slechts beperkt in staat is tot het uitoefenen van zijn bedrijf of zelfstandig beroep en die een uitkering ingevolge de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen heeft aangevraagd.

Het College heeft appellant bij brieven van 2 februari 2005, 9 maart 2005 en 16 juni 2005 verzocht om zijn - voorgenomen - aanvraag aan te vullen met onder meer de jaarstukken 2004, de aangifte inkomstenbelasting, de openingsbalans, de voorlopige cijfers (winst- en verliesrekening over het lopende boekjaar) en een overzicht van de huidige debiteuren en crediteuren (inclusief vervaldatum betalingsverplichting). Bij brief van 27 juni 2005 heeft appellant gegevens overgelegd.

De Raad is van oordeel dat de door het College gevraagde financiële gegevens noodzakelijk zijn om het recht op bijstand vast te stellen. Evenals de rechtbank acht de Raad de door appellant overgelegde gegevens onvolledig en onvoldoende verifieerbaar. Appellant heeft een crediteurenlijst overgelegd waarop slechts namen en bedragen staan. Op geen enkele wijze is aannemelijk gemaakt dat en wanneer de op die lijst vermelde bedragen moeten worden terugbetaald. Ook het door appellant overgelegde kasboek is onvoldoende gespecificeerd en daarmee onvoldoende verifieerbaar. Voorts heeft appellant de door het College gevraagde aangifte inkomstenbelasting niet overgelegd. Gesteld noch gebleken is dat aan appellant uitstel is verleend door de belastingdienst.

Nog daargelaten dat voor de beoordeling van een aanvraag als de onderhavige ook medische gegevens dienen te worden verstrekt, heeft het College zich reeds op de grond dat geen duidelijkheid is verschaft omtrent de financiele situatie terecht op het standpunt gesteld dat appellant aldus de ingevolge artikel 17, eerste lid, van de WWB op hem rustende inlichtingenverplichting heeft geschonden. Als gevolg daarvan kan niet worden vastgesteld in hoeverre appellant recht had op algemene bijstand ingevolge artikel 2, eerste lid, aanhef en onder e, van het Bbz 2004.

Gelet op het voorgaande dient de aangevallen uitspraak te worden bevestigd.

De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door Th.C. van Sloten als voorzitter en A.B.J. van der Ham en J.N.A. Bootsma als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van L. Jörg als griffier, uitgesproken in het openbaar op 9 januari 2007.

(get.) Th.C. van Sloten.

(get.) L. Jörg.