Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2006:AZ5234

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
22-12-2006
Datum publicatie
27-12-2006
Zaaknummer
05-6056 WSF
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Heeft de IB-Groep het bezwaar van betrokkene tegen de hoogte van het bedrag aan rentedragende lening, zoals vermeld in het Bericht Terugbetalen 2003, terecht niet-ontvankelijk verklaard?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

05/6056 WSF

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Assen van 26 augustus 2005, 04/77

(hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de hoofddirectie van de Informatie Beheer Groep (hierna: IB-Groep).

Datum uitspraak: 22 december 2006

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

De IB-groep heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 november 2006. Appellant is niet verschenen. De IB-groep was vertegenwoordigd door mr. G.J.M. Naber.

II. OVERWEGINGEN

Voor een overzicht van het procesverloop verwijst de Raad naar rubriek I van de aangevallen uitspraak.

In hoger beroep heeft appellant nogmaals aangevoerd dat de hoogte van zijn schuld uit rentedragende lening onjuist is aangezien hij (alsnog) in aanmerking dient te komen voor een in het verleden geldende kortingsregeling, inhoudende dat bij afbetaling ineens van de totale studieschuld uit rentedragende lening, die schuld op een lager bedrag zou worden vastgesteld. Ter onderbouwing verwijst hij naar correspondentie per e-mail tussen hem en postbus 51 (OCW), verzonden op 8 respectievelijk 19 september 2005.

Het hoger beroep van appellant richt zich hiermee tegen de overwegingen van de rechtbank ten aanzien van het besluit van de IB-Groep, waarbij de IB-Groep het bezwaar van appellant tegen de hoogte van het bedrag aan rentedragende lening, zoals vermeld in het Bericht Terugbetalen 2003, gedateerd 6 oktober 2003, niet-ontvankelijk heeft verklaard.

Evenals de rechtbank en onder overneming van haar overwegingen is de Raad van oordeel dat de IB-Groep het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Met betrekking tot hetgeen appellant heeft aangevoerd overweegt de Raad dat appellant het bestaan van een kortingsregeling voor zijn situatie niet heeft kunnen aantonen. Ook overigens is de Raad niet gebleken van het bestaan van de door appellant bedoelde kortingsregeling.

Het hoger beroep van appellant slaagt derhalve niet.

De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten.

Deze uitspraak is gedaan door J. Janssen als voorzitter en I.M.J. Hilhorst-Hagen en J.P.M. Zeijen als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier, uitgesproken in het openbaar op 22 december 2006.

(get.) J. Janssen

(get.) D.W.M. Kaldenhoven.

SSw