Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2006:AZ5095

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
07-12-2006
Datum publicatie
28-12-2006
Zaaknummer
05-6179 AW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afwijzing aanvraag om tegemoetkoming op grond van de Regeling ziektekostenvoorziening rijkspersoneel toe te kennen in de kosten van een psychotherapie en psychosomatische behandeling in Duitsland.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RZA 2007, 62
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

05/6179 AW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellante] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 30 augustus 2005, 04/2717 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (hierna: minister)

Datum uitspraak: 7 december 2006

I. PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld.

De minister heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 2 november 2006. Namens appellante is verschenen mr. J.K. van de Poel, werkzaam bij CNV Rechtshulp. De minister heeft zich, zoals tevoren bericht, niet laten vertegenwoordigen.

II. OVERWEGINGEN

1. Voor een uitgebreidere weergave van de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden wordt verwezen naar de aangevallen uitspraak. De Raad volstaat met het volgende.

1.1. Appellante heeft van 21 juli 2003 tot 20 september 2003 verbleven in de “Gelderland-Klinik”, een kliniek voor psychotherapie en psychosomatische behandeling, te Geldern (Duitsland) om te worden behandeld voor overgewicht.

1.2. Appellante heeft de minister gevraagd haar een tegemoetkoming op grond van de Regeling ziektekostenvoorziening rijkspersoneel (Zvr) toe te kennen in de kosten van deze behandeling.

Bij besluit van 28 mei 2004 heeft de minister dit verzoek afgewezen.

1.3. Bij het bestreden besluit van 2 augustus 2004 heeft de minister dit besluit na door appellante gemaakt bezwaar gehandhaafd. Daartoe is onder meer overwogen dat indien het hier, zoals appellante heeft gesteld, daadwerkelijk zou gaan om kosten van medisch noodzakelijk ziekenhuisverblijf, deze kosten volledig zouden dienen te vallen onder de door appellante afgesloten ziektekostenverzekering. Zouden dergelijke kosten niet krachtens die verzekering worden vergoed, dan is appellante niet in voldoende mate verzekerd tegen het risico van ziektekosten als bedoeld in artikel 3 van de Zvr, zodat zij ingevolge artikel 1 van de Zvr geen recht heeft op een tegemoetkoming. Verder heeft de minister er op gewezen dat de zogeheten standaard(pakket)polis niet voorziet in ver-goeding van kosten van onderzoek en behandeling door een psycholoog, hetgeen betekent dat appellante krachtens artikel 7, derde lid, aanhef en onder d, van de Zvr niet in aanmerking komt voor een tegemoetkoming in deze kosten.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3. De Raad overweegt als volgt.

3.1. De minister heeft zich op goede gronden, als hiervoor vermeld, op het standpunt gesteld dat indien appellante de behandeling zou hebben ondergaan gedurende een ziekenhuisopname, zij niet voor een tegemoetkoming in de kosten daarvan op grond van de Zvr in aanmerking komt, omdat de kosten dan door haar reguliere verzekeraar hadden moeten worden vergoed.

3.2. Ook de vraag of appellante anderszins aanspraak op vergoeding kan maken, wordt door de Raad ontkennend beantwoord. Uit de door appellante overgelegde stukken komt naar voren dat de behandeling (voornamelijk) bestond uit psychotherapie, dieetadvies en maaltijdbereiding en bewegingsprogramma’s. Uit deze stukken heeft de Raad niet kunnen opmaken dat de kosten van de behandeling (deels) vallen onder krachtens de stan-daard(pakket)polis voor vergoeding in aanmerking komende kosten, hetgeen ingevolge artikel 7, derde lid, aanhef en onder d, van de Zvr vereist is om aanspraak op een tegemoetkoming te kunnen maken. Appellante heeft in dit verband ook niet gewezen op specifieke onderdelen van de bij deze polis behorende verzekeringsvoorwaarden. Haar enkele stelling dat de behandeling een multidisciplinair karakter had kan hier zeker niet bepalend zijn. Voorts zijn in elk geval de kosten van onderzoek en behandeling door een psycholoog, zoals de minister terecht heeft opgemerkt, in die verzekeringsvoorwaarden uitdrukkelijk van vergoeding uitgesloten.

3.3. Uit het vorenstaande volgt dat - wat er verder zij van de medische noodzaak van de gevolgde behandeling - het hoger beroep niet slaagt en de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

4. De Raad acht tot slot geen termen aanwezig toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht inzake vergoeding van proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door G.P.A.M. Garvelink-Jonkers als voorzitter en J.Th. Wolleswinkel en R. Kooper als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van P.W.J. Hospel als griffier, uitgesproken in het openbaar op 7 december 2006.

(get.) G.P.A.M. Garvelink-Jonkers.

(get.) P.W.J. Hospel.