Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2006:AZ4428

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
15-12-2006
Datum publicatie
15-12-2006
Zaaknummer
06-4381 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Uwv heeft ten onrechte het bezwaar van appellant niet-ontvankelijk verklaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

06/4381 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant] (hierna appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Alkmaar van 11 juli 2006, 06/1014,

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen

(hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 15 december 2006

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 17 november 2006. Partijen zijn niet verschenen.

II. OVERWEGINGEN

Het inleidende beroep richt zich tegen het besluit van het Uwv van 13 maart 2006 waarbij het bezwaar van appellant tegen de premienota van 12 december 2005 niet-ontvankelijk is verklaard, omdat hij heeft nagelaten de gronden van het bezwaar in te dienen.

De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.

De Raad overweegt het volgende.

Namens appellant is bezwaar gemaakt tegen het besluit van 12 december 2005. Deze nota is opgelegd in navolging van de belastingdienst. Bij brief van 22 januari 2006 is namens appellant naar voren gebracht dat op 3 januari 2006 in overleg tussen de belastinginspecteur en de advocaat van appellant is besloten de belastingaanslag te wijzigen. De hoogte van de premienota is niet correct en verzocht wordt om deze aan te passen overeenkomstig de herziene belastingaanslag.

Anders dan de rechtbank en het Uwv is de Raad van oordeel dat appellant hiermee heeft voldaan aan het bepaalde in

artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht, zodat het Uwv ten onrechte het bezwaar van appellant niet-ontvankelijk heeft verklaard.

De aangevallen uitspraak kan daarom geen stand houden.

Van voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten is de Raad niet gebleken.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Vernietigt de aangevallen uitspraak;

Verklaart het inleidende beroep gegrond en vernietigt het besluit van 13 maart 2006;

Bepaalt dat het Uwv een nieuwe beslissing zal nemen op het bezwaar van appellant met inachtneming van deze uitspraak;

Bepaalt voorts dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan appellant het door hem betaalde griffierecht ten bedrag van € 143,-- vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door R.C. Stam. De beslissing is, in tegenwoordigheid van D. Olthof als griffier, uitgesproken in het openbaar op 15 december 2006.

(get.) R.C. Stam.

(get.) D. Olthof.