Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2006:AZ4104

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
05-12-2006
Datum publicatie
12-12-2006
Zaaknummer
05-7433 WWB
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Buiten behandelingstelling van aanvraag. Onvoldoende gegevens verstrekt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

05/7433 WWB

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam van 21 november 2005, 05/4646 en 05/4685 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam

(hierna: College)

Datum uitspraak: 5 december 2006

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Het College heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 oktober 2006. Appellant is verschenen. Het College heeft zich laten vertegenwoordigen door F.H.W. Fris, werkzaam bij de gemeente Amsterdam.

II. OVERWEGINGEN

De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

Appellant heeft op 11 mei 2005 een aanvraag om bijstand ingevolge de Wet werk en bijstand ingediend.

Naar aanleiding van deze aanvraag heeft het College appellant bij brief van 24 mei 2005 in de gelegenheid gesteld de aanvraag vóór 8 juni 2005 aan te vullen met een aantal gegevens. Nadat appellant in deze termijn nog niet alle gegevens had overgelegd, heeft het College appellant bij brief van 15 juni 2005 een (tweede) hersteltermijn geboden. In die brief is aangegeven dat appellant op straffe van buiten- behandelingstelling van de aanvraag vóór 30 juni 2005 de volgende gegevens dient te overleggen:

* ziekenfondspolis of bewijs van ziektekostenverzekering en het bankrekeningnummer waarop de nominale premie kan worden overgemaakt.

* alle opeenvolgende afschriften van bank/postbankrekeningen van de laatste 3 maanden of een mutatieoverzicht van Aegon.

* bewijsstukken van alle schulden, zoals aan het ziekenfonds en de belastingdienst.

* daarnaast bewijsstukken van de plaatsen waar hij vanaf 24 mei 2005 heeft geslapen.

Bij besluit van 5 juli 2005 heeft het College besloten de aanvraag van appellant, met toepassing van artikel 4:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), buiten behandeling te laten omdat appellant niet tijdig alle door het College gevraagde gegevens heeft verstrekt.

Bij besluit van 6 september 2005 heeft het College het bezwaar tegen het besluit van 5 juli 2005 ongegrond verklaard.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de voorzieningenrechter, voor zover van belang, het beroep tegen het besluit van 6 september 2005 ongegrond verklaard.

Appellant heeft zich in hoger beroep gemotiveerd tegen deze uitspraak gekeerd.

De Raad komt tot de volgende beoordeling.

Ingevolge artikel 4:5, eerste lid, van de Awb kan het bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen, indien de aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag of indien de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag of voor de voorbereiding van de beschikking, mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad binnen een door het bestuursorgaan te stellen termijn de aanvraag aan te vullen. Blijkens de geschiedenis van de totstandkoming van deze bepaling is van een onvolledige of ongenoegzame aanvraag onder meer sprake indien onvoldoende gegevens of bescheiden zijn verstrekt om een goede beoordeling van de aanvraag mogelijk te maken. Daarbij gaat het, gelet op artikel 4:2, tweede lid, van de Awb, om gegevens die voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn en waarover de aanvrager redelijkerwijs de beschikking kan krijgen.

De Raad stelt vast dat appellant de gevraagde gegevens, die onmiskenbaar van belang zijn voor de vaststelling van het recht op bijstand, niet vóór 30 juni 2005 aan het College heeft verstrekt. Nu appellant bovendien nog bij brief van 28 juni 2005 aan de sociale dienst Amsterdam heeft laten weten dat hij bepaalde gegevens zonder meer weigert over te leggen en dat hij over andere gegevens nog niet kan beschikken onder de toevoeging dat “hij misschien nog eens naar de Aegonbank aan de Nevelgaarde 16 gaat om de gegevens zelf op te halen” was het College bevoegd de aanvraag - met toepassing van artikel 4:5, eerste lid, van de Awb - buiten behandeling te stellen. De Raad merkt in dit verband nog op dat het College deze laatste brief terecht niet als een verzoek om nader uitstel heeft opgevat. Voorts kan niet worden gezegd dat het College, mede gelet op de eerder vergunde termijnen en de daarbij gegeven waarschuwingen, niet in redelijkheid van zijn bevoegdheid tot buitenbehandelingstelling van de aanvraag gebruik heeft kunnen maken.

Uit het vorenstaande vloeit voort dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, voor bevestiging in aanmerking komt.

De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten.

Deze uitspraak is gedaan door R.H.M. Roelofs. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A.H. Polderman-Eelderink als griffier, uitgesproken in het openbaar op 5 december 2006.

(get.) R.H.M. Roelofs.

(get.) A.H. Polderman-Eelderink.

BKH 081106