Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2006:AZ3892

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
06-12-2006
Datum publicatie
08-12-2006
Zaaknummer
04-4177 ZW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering ziekengeld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

04/4177 ZW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellante] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 5 juli 2004, 03/1778 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 6 december 2006

I. PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 oktober 2006.

Appellante is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door W.L.J. Weltevrede.

II. OVERWEGINGEN

Appellante is in 1997 wegens onder meer armklachten ongeschikt geworden tot het verrichten van haar arbeid als schoonmaakster. Nadien was ook sprake van knie-, heup- en rugklachten. Zij heeft tot 8 september 2000 een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) ontvangen naar een mate van arbeidsonge-schiktheid van 80 tot 100%. Deze uitkering is destijds ingetrokken omdat appellante geschikt werd geacht voor verschillende functies, waarin zij een zodanig inkomen kon verdienen dat zij niet langer arbeidsongeschikt werd geacht in de zin van de WAO.

Appellante heeft zich op 5 augustus 2002 vanuit een uitkeringssituatie ingevolge de Werkloosheidswet ziek gemeld

Bij besluit van 6 december 2002 is aan appellante met ingang van 26 november 2002 geen ziekengeld meer toegekend, omdat zij niet langer ongeschikt werd geacht voor haar arbeid, zijnde het werk in één van de hiervoor bedoelde functies.

Het tegen voormeld besluit gemaakte bezwaar is bij besluit van 16 mei 2003 (het bestreden besluit) ongegrond verklaard.

De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard, daarbij met name betekenis toekennend aan het door bezwaarverzekeringsarts J.C. Kokenberg op 10 april 2003 uitgebrachte rapport.

De Raad verenigt zich met het oordeel van de rechtbank en onderschrijft de daaraan in de aangevallen uitspraak ten grondslag gelegde overwegingen. Appellante heeft in hoger beroep geen medische gegevens aangedragen die een ander licht werpen op haar gezondheidstoestand ten tijde in geding.

Uit het vorenstaande volgt dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A. van Netten als griffier, uitgesproken in het openbaar op 6 december 2006.

(get.) Ch. van Voorst.

(get.) A. van Netten.