Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2006:AZ0626

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
05-10-2006
Datum publicatie
24-10-2006
Zaaknummer
05-6851 WUV
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Niet verschoonbare termijnoverschrijding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

05/6851 WUV

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 17 van de Beroepswet in verband met het geding tussen:

[appellant], wonende te [woonplaats] (Indonesiƫ) (hierna: appellant),

en

de Raadskamer WUV van de Pensioen- en Uitkeringsraad (hierna: verweerster)

Datum uitspraak: 5 oktober 2006

I. PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 17 van de Beroepswet van 16 maart 2006 heeft de Raad het beroep van appellant tegen het besluit van verweerster van 29 april 2005 niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen de uitspraak van de Raad van 16 maart 2006 heeft appellant verzet gedaan.

Het verzet is behandeld ter zitting van 24 augustus 2006, waar appellant niet is verschenen. Verweerster heeft zich laten vertegenwoordigen door A.T.M. Vroom-van Berckel, werkzaam bij de Pensioen- en Uitkeringsraad.

II. OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 16 maart 2006 berust hierop, dat het beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat het beroepschrift niet tijdig bij de Raad is ingediend.

De Raad is van oordeel dat appellant in verzet geen gronden naar voren heeft gebracht die tot gegrondverklaring van het verzet kunnen leiden.

De Raad overweegt daartoe dat het besluit via de Ambassade van het Koninkrijk der Nederlanden te Jakarta (Indonesiƫ) is verzonden op 12 mei 2005. De beroepstermijn is derhalve aangevangen op 13 mei 2005 en eindigde, in de onderhavige zaak, op

11 augustus 2005. Het beroepschrift is op 14 november 2005 bij voornoemde Ambassade ingekomen en op 25 november 2005 bij de Raad. In de door appellant opgeworpen grief dat de beroepstermijn is overschreden omdat het besluit te laat is overhandigd ziet de Raad geen grond om de overschrijding van de beroepstermijn te excuseren nu het beroepschrift is gedateerd op 25 mei 2005. De Raad vermag niet in te zien dat appellant wel in staat was tijdig het beroepschrift op te stellen, maar dat hij niet in staat was dat beroepschrift tijdig te verzenden. De Raad ziet dan ook geen reden om de overschrijding van de beroepstermijn te verontschuldigen.

Gelet op het voorgaande dient het verzet ongegrond te worden verklaard.

Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door H.R. Geerling-Brouwer. De beslissing is, in tegenwoordigheid van J.P. Schieveen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 5 oktober 2006.

(get.) H.R. Geerling-Brouwer.

(get.) J.P. Schieveen.

HD

01.09