Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2006:AZ0416

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
11-10-2006
Datum publicatie
19-10-2006
Zaaknummer
05-5317 WVG
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Herziening
Inhoudsindicatie

Verzoek herziening onherroepelijk geworden uitspraak. Voorwaarden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

05/5317 WVG

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

als bedoeld in artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet op het verzoek om herziening van:

[verzoekster], wonende te [woonplaats] (hierna: verzoekster),

inzake de uitspraak van de Raad van 27 april 2005, 04/1361 WVG,

in het geding tussen:

verzoekster

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Drechterland (hierna: College)

Datum uitspraak: 11 oktober 2006

I. PROCESVERLOOP

Namens verzoekster heeft haar vader, tevens bewindvoerder, [naam bewindvoerder] verzocht om herziening van de uitspraak van de Raad van 27 april 2005, 04/1361 WVG.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 30 augustus 2006. Namens verzoekster is verschenen [naam bewindvoerder], bijgestaan door mr. J.D. van Vlastuin, advocaat te Utrecht. Het College is, met voorafgaand bericht, niet verschenen. Ter zitting is als door verzoekster meegebrachte getuige gehoord [naam getuige], manager van het woonzorgcomplex [woonzorgcomplex].

II. OVERWEGINGEN

Ingevolge artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) in samenhang met artikel 21 van de Beroepswet kan de Raad op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten en omstandigheden die:

a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,

b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en

c. waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.

Bij de uitspraak van 27 april 2005 heeft de Raad bevestigd de uitspraak van de rechtbank Alkmaar van 29 januari 2004 op het beroep van verzoekster tegen het besluit van het College van 8 juli 2003. Bij het besluit van 29 januari 2004 heeft het College gehandhaafd de weigering om aan verzoekster een verhuiskostenvergoeding en enkele andere voorzieningen op grond van de Wet voorzieningen gehandicapten toe te kennen.

Namens verzoekster is aangevoerd dat de Raad ten onrechte de door haar gegeven lezing van de feiten niet heeft overgenomen, als gevolg waarvan de Raad een onjuist (rechts)oordeel heeft gegeven. De Raad stelt vast dat verzoekster hiermee in wezen beoogt de juistheid van de uitspraak van 27 april 2005 ter discussie te stellen.

Het - bijzondere - rechtsmiddel van herziening is daarvoor echter niet bedoeld.

Verzoekster heeft er voorts op gewezen dat de brief van 19 juli 2002 van de gemeente Hoorn aan de woningbouwvereniging Maris nieuwe, voor de beoordeling van de zaak relevante, informatie bevat. De Raad stelt in dit verband vast dat, indien er al van zou moeten worden uitgegaan dat verzoekster vóór de uitspraak van 27 april 2005 met (de inhoud van) deze brief niet bekend was of redelijkerwijs niet bekend had kunnen zijn, de inhoud van deze brief indien die bij de Raad bekend was geweest niet tot een andere uitspraak zou hebben geleid. Derhalve is niet voldaan aan de voorwaarden voor toepassing van artikel 8:88, eerste lid, van de Awb.

Uit het voorgaande volgt dat het verzoek om herziening dient te worden afgewezen.

Voor een proceskostenveroordeling is geen grond.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Wijst het verzoek om herziening af.

Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons als voorzitter en R.M. van Male en H.J. de Mooij als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van R.L. Rijnen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 11 oktober 2006.

(get.) T.G.M. Simons.

(get.) R.L. Rijnen.