Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2006:AY9652

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
06-10-2006
Datum publicatie
09-10-2006
Zaaknummer
04-2876 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Rechtbank heeft ten onrechte een proceskostenveroordeling uitgesproken omdat betrokkene in de procedure bij de rechtbank kosteloos rechtsbijstand is verleend.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht 8:75, geldigheid: 2006-10-06
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

04/2876 WAO

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen

(hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Middelburg van 16 april 2004, 03/498

(hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

[betrokkene], wonende te [woonplaats] (hierna: betrokkene),

en

appellant

Datum uitspraak: 6 oktober 2006

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant is hoger beroep ingesteld.

Betrokkene heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 juli 2006, waar namens appellant, daartoe opgeroepen bij gemachtigde, is verschenen A.J. van Loon. Betrokkene is, daartoe eveneens opgeroepen, in persoon verschenen.

II. OVERWEGINGEN

Bij zijn oordeelsvorming gaat de Raad uit van de volgende feiten.

Aan betrokkene, geboren op 2 januari 1970, is bij besluit van 12 maart 2002 met ingang van 11 maart 2002 een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheids-

verzekering (WAO) toegekend, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Na een herbeoordeling is deze uitkering bij besluit van 4 februari 2003 met ingang van 28 maart 2003 ingetrokken, omdat appellante minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht. Het door betrokkene tegen die beslissing gemaakte bezwaar is bij besluit van 28 juli 2003 ongegrond verklaard.

De rechtbank heeft het namens betrokkene tegen het besluit van 28 juli 2003 ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat appellant een nieuwe beslissing op bezwaar moet nemen met inachtneming van hetgeen in de aangevallen uitspraak is overwogen. Daarnaast heeft de rechtbank appellant veroordeeld tot het betalen van de proceskosten van betrokkene alsmede tot het vergoeden van het door betrokkene betaalde griffierecht.

Appellant is in hoger beroep gekomen, uitsluitend voor zover hij is veroordeeld tot het betalen van de proceskosten van betrokkene. Daarbij is naar voren gebracht dat betrokkene zich in de procedure bij de rechtbank heeft laten bijstaan door een medewerker van het WAO-platform te Goes. Dit platform, onderdeel van de Stichting Het Klaverblad Zeeland, treedt op als belangenbehartiger van mensen met een handicap en zet zich in voor mensen die door een ziekte of handicap niet (meer) kunnen werken of die gangbaar, bij hen passend werk moeten zoeken. Uit hoofde van die doelstelling geeft dit platform onder andere advies en biedt het begeleiding in bezwaar- en beroepsprocedures. Deze dienstverlening is naar de mening van appellant kosteloos en derhalve heeft de rechtbank ten onrechte toepassing gegeven aan artikel 8:75, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Dit standpunt van appellant kan de Raad niet voor onjuist houden. Ook de Raad is op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting tot de conclusie gekomen dat betrokkene in de procedure bij de rechtbank kosteloos rechtsbijstand is verleend. Naar het oordeel van de Raad heeft de rechtbank appellant dan ook ten onrechte veroordeeld tot het betalen van de kosten van rechtsbijstand van betrokkene en dit betekent dat de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, voor vernietiging in aanmerking komt.

De Raad acht termen aanwezig om appellant met toepassing van artikel 8:75 van de Awb te veroordelen in de reiskosten van betrokkene.

Deze kosten worden begroot op € 10,72 aan reiskosten in beroep en op € 44,82 aan reiskosten in hoger beroep, in totaal derhalve € 55,54.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Vernietigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten;

Veroordeelt de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in de proceskosten van betrokkene tot een bedrag van € 55,54, te betalen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.

Deze uitspraak is gedaan door J.W. Schuttel als voorzitter en R.C. Stam en A.W.M. Bijloos als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van J.P. Mulder als griffier, uitgesproken in het openbaar op 6 oktober 2006.

(get.) J.W. Schuttel.

(get.) J.P. Mulder.

BKH 130906