Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2006:AY8876

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
22-09-2006
Datum publicatie
28-09-2006
Zaaknummer
04-4027 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Intrekking WAO-uitkering. De medische onderbouwing en ook de arbeidskundige component kunnen de rechterlijke toetsing doorstaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

04/4027 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Maastricht van 5 juli 2004, kenmerk 03/1540 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 22 september 2006

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. R.C. Breuls, advocaat te Geleen, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting op 11 augustus 2006, waar partijen niet zijn verschenen.

II. OVERWEGINGEN

Onder verwijzing naar de aangevallen uitspraak voor een uitgebreidere weergave van de feiten en omstandigheden die in dit geding van belang zijn, volstaat de Raad met het volgende.

Evenals in beroep ligt thans in hoger beroep ter beantwoording de vraag voor of het Uwv bij besluit van 18 september 2003 (hierna: bestreden besluit), waarbij hij heeft gehandhaafd zijn besluit van 18 juni 2003, terecht en op goede gronden de aan appellant toegekende uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), die voordien werd berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80-100%, met ingang van 17 augustus 2003 heeft ingetrokken op de grond dat appellant ten tijde van belang minder dan 15% arbeidsongeschikt is te achten.

De Raad beantwoordt die vraag net als de rechtbank bij de aangevallen uitspraak bevestigend.

De door de rechtbank gehanteerde overwegingen ter zake van de medische onderbouwing van het bestreden besluit kan de Raad onderschrijven en maakt hij tot de zijne. Verder onderschrijft de Raad het oordeel van de rechtbank dat het bestreden besluit ook wat betreft de arbeidskundige component de aan te leggen rechterlijke toetsing kan doorstaan.

In hoger beroep is de Raad namens appellant verzocht om een externe medische deskundige te benoemen. Daarbij is aangegeven dat appellant naast zijn reeds eerder bekende gezondheidsproblemen sinds april 2004 te kampen heeft met hartklachten. Verder is nog een rapport overgelegd van klinisch psycholoog/psychotherapeut M. Lagerwey, gedateerd

29 september 2005, alsmede een op haar verzoek opgesteld arbeidsreïntegratieadvies van 18 juli 2005.

Dienaangaande overweegt de Raad dat aangezien M. Lagerwey voornoemd bij brief van 20 januari 2006 uitdrukkelijk heeft verklaard dat zij geen uitspraak kan doen over de gezondheidssituatie van appellant in 2003 en appellant pas vanaf april 2004 bekend is met hartklachten, appellant in hoger beroep evenmin als in beroep objectieve medische gegevens heeft ingebracht die alsnog twijfel doen rijzen aan de juistheid van de door het Uwv vastgestelde functionele mogelijkheden van appellant op de datum in geding. Derhalve acht de Raad zich voldoende voorgelicht over de gezondheidssituatie van appellant en is er geen aanleiding om een externe medische deskundige te benoemen.

Het vorenstaande leidt tot het oordeel dat het hoger beroep van appellant niet slaagt. De aangevallen uitspraak wordt derhalve bevestigd.

De Raad acht geen termen aanwezig om met toepassing van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht een proceskostenveroordeling uit te spreken.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J. Brand. De beslissing is, in tegenwoordigheid van N.E. Nijdam als griffier, uitgesproken in het openbaar op 22 september 2006.

(get.) J. Brand.

(get.) N.E. Nijdam.