Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2006:AY8872

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
22-09-2006
Datum publicatie
28-09-2006
Zaaknummer
04-1854 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Ongewijzigde vaststelling WAO-uitkering. Betrokkene heeft geen nieuwe relevante gezichtspunten naar voren gebracht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

04/1854 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Maastricht van 15 maart 2004, reg.nr. 2003/100 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv),

Datum uitspraak: 22 september 2006

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. R.C. Breuls, advocaat te Geleen, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting op 11 augustus 2006, waar partijen niet zijn verschenen.

II. OVERWEGINGEN

Het inleidend beroep richt zich tegen het besluit van het Uwv van 20 december 2002, waarbij het Uwv - beslissend op bezwaar - de WAO-uitkering van appellant, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35%, ongewijzigd heeft vastgesteld.

De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.

Hetgeen appellant in hoger beroep heeft aangevoerd vormt een herhaling van hetgeen door hem reeds in beroep is aangevoerd.

Wederom heeft appellant gesteld dat hij in verband met ”evenwichtsstoornissen en klachten in de armen en benen” niet in staat is zelfs lichte werkzaamheden te verrichten, dat het Uwv zijn klachten onvoldoende zorgvuldig heeft onderzocht en dat een onderzoek door een onafhankelijk deskundige is aangewezen.

Nieuwe relevante gezichtspunten heeft appellant niet naar voren gebracht.

Naar het oordeel van de Raad heeft de rechtbank de in - hoger beroep herhaalde - grieven van appellant afdoende besproken en genoegzaam gemotiveerd waarom die grieven niet kunnen slagen.

Het hoger beroep treft derhalve geen doel. De aangevallen uitspraak komt voor bevestiging in aanmerking.

Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J. Brand. De beslissing is, in tegenwoordigheid van N.E. Nijdam als griffier, uitgesproken in het openbaar op 22 september 2006.

(get.) J. Brand.

(get.) N.E. Nijdam.