Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2006:AY8276

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
15-09-2006
Datum publicatie
18-09-2006
Zaaknummer
05-7291 WSF
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vordering wegens meerinkomen gedurende een aantal maanden. OV-boete. De in een kalenderjaar behaalde winst uit onderneming wordt herleid tot maandbedragen door die winst te delen door 12.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RSV 2006, 373

Uitspraak

05/7291 WSF

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 1 december 2005, kenmerk 05/538 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de hoofddirectie van de Informatie Beheer Groep (hierna: IB-Groep)

Datum uitspraak: 15 september 2006

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.

De IB-Groep heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 4 augustus 2006. Appellant is niet verschenen. De IB-Groep was vertegenwoordigd door mr. drs. E.H.A. van den Berg.

II. OVERWEGINGEN

Bij besluit van 18 januari 2005 heeft de IB-Groep een vordering wegens meerinkomen over het studiefinancieringstijdvak 2001 opgelegd alsmede een zogeheten OV-boete over de maanden januari tot en met augustus 2001.

Bij besluit van 10 maart 2005 heeft de IB-Groep het bezwaarschrift van appellant tegen het besluit van 18 januari 2005 ongegrond verklaard.

De rechtbank heeft het beroep van appellant tegen het besluit van 10 mei 2005 bij de aangevallen uitspraak ongegrond verklaard.

Appellant heeft in zijn beroepschrift alsmede in zijn naar aanleiding van het verweerschrift ingezonden brief van 8 februari 2006 zijn in bezwaar en beroep naar voren gebrachte standpunt herhaald. Hij is en blijft van mening dat, nu hij van september tot en met december 2001 heeft afgezien van zijn aanspraak op studiefinanciering, de door hem in die maanden verworven inkomsten, bestaande uit winst uit onderneming, op grond van artikel 3.17, vijfde lid, van de Wet studiefinanciering 2000 (Wsf 2000) buiten beschouwing moeten blijven bij de berekening van zijn toetsingsinkomen.

Dienaangaande overweegt de Raad dat de wetgever, voor het geval bij toepassing van artikel 3.17, vijfde lid, van de Wsf 2000 inkomen in de vorm van winst uit onderneming in aanmerking moet worden genomen, in het zesde lid van dat artikel gekozen voor een systeem waarbij de in een kalenderjaar behaalde winst uit onderneming wordt herleid tot maandbedragen door die winst te delen door 12. De door appellant voorgestane benaderingswijze waarbij zou moeten worden vastgesteld wanneer welk deel van de winst is gegenereerd, vindt geen steun in de wet.

Het hoger beroep treft dan ook geen doel. De aangevallen uitspraak komt voor bevestiging in aanmerking.

Er zijn geen termen aanwezig voor vergoeding van proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J. Janssen. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.H.A. Uri als griffier, uitgesproken in het openbaar op 15 september 2006.

(get.) J. Janssen.

(get.) M.H.A. Uri.

Gw