Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2006:AY8019

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
08-09-2006
Datum publicatie
12-09-2006
Zaaknummer
04-5012 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering WAO-uitkering omdat betrokkene op de datum in geding niet meer verzekerd was voor de WAO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

04/5012 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant], wonende te [woonplaats], Marokko (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 29 juli 2004, 03/186 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 8 september 2006

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. C.A.J. de Roy van Zuydewijn, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld.

Mr. de Roy van Zuydewijn heeft zich naderhand teruggetrokken als gemachtigde.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 juli 2006. Appellant is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door R. Zaagsma.

II. OVERWEGINGEN

Bij besluit van 16 september 1999 heeft het Uwv geweigerd aan appellant een uitkering in het kader van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) toe te kennen, onder de overweging dat appellant op de eerste arbeidsongeschiktheidsdag, door het Uwv vastgesteld op 23 juli 1980, niet meer verzekerd was voor één van de arbeidsongeschiktheidswetten. Dit besluit is bij besluit op bezwaar van 6 december 2002 gehandhaafd.

De rechtbank heeft zich kunnen vinden in bovengenoemd standpunt van het Uwv. Naar het oordeel van de rechtbank is niet geheel duidelijk geworden op welke datum het dienstverband van appellant in Nederland is geëindigd, maar gaan beide partijen uit van 13 juni 1980 en deze datum wordt ook genoemd in een besluit omtrent appellants rechten op een uitkering in het kader van de Ziektewet uit 1981. Nu ook niet is gebleken van een eerdere ziekmelding dan 23 juli 1980 is de rechtbank van oordeel dat het Uwv terecht tot de conclusie is gekomen dat appellant niet meer verzekerd was op de eerste arbeidsongeschiktheidsdag.

Appellant heeft in hoger beroep geen stukken in geding gebracht die de Raad hebben doen twijfelen aan de juistheid van dit oordeel. De door appellant ingezonden stukken zijn medische stukken gedateerd na datum in geding en wijzen, naar het oordeel van de Raad, niet op een eerdere arbeidsongeschiktheidsdag dan 23 juli 1980. Nadere stukken die zouden kunnen wijzen op een verzekering voor een arbeidsongeschiktheidswet op deze datum heeft appellant niet ingezonden. De Raad ziet dan ook geen aanleiding te twijfelen aan de juistheid van de datum 13 juni 1980 als datum van het einde van de verzekering van appellant. Nu derhalve appellant op 23 juli 1980 niet verzekerd was, heeft het Uwv terecht geweigerd appellant in aanmerking te brengen voor een WAO-uitkering. De aangevallen uitspraak komt derhalve voor bevestiging in aanmerking.

Voor een kostenveroordeling op grond van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht acht de Raad geen termen aanwezig.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door T.L. de Vries. De beslissing is, in tegenwoordigheid van J.J.B. van der Putten als griffier, uitgesproken in het openbaar op 8 september 2006.

(get.) T.L. de Vries.

(get.) J.J.B. van der Putten.