Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2006:AY7717

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
01-09-2006
Datum publicatie
07-09-2006
Zaaknummer
04-5628 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

WAO-schatting. Is voor betrokkene terecht geen urenbeperking aangenomen?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

04/5628 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 2 september 2004, 03/5531 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv),

Datum uitspraak: 1 september 2006.

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. E.A. Echter, advocaat te Rotterdam, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 juli 2006. Appellante is met voorafgaand bericht niet verschenen. Het Uwv heeft zich doen vertegenwoordigen door mr. R.A.C. Rijk.

II. OVERWEGINGEN

Appellante is op 11 september 2000 wegens whiplashklachten als gevolg van een verkeersongeval op 12 januari 1999 uitgevallen uit haar in een omvang van 38 uur per week verrichte werkzaamheden als administratief medewerker. In aansluiting op de wettelijke wachttijd is zij in aanmerking gebracht voor een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, berekend naar een mate van arbeidsongeschikt-heid van 45 tot 55%. Dit berust op een beoordeling volgens welke appellante in staat is gedurende de volledige werktijd passende loondienstfuncties te vervullen.

Bij besluit van 12 februari 2003 heeft het Uwv appellante op en na 17 december 2002 ongewijzigd ingedeeld in de klasse 45 tot 55%. Appellante, die voor de helft van de normale werktijd bij de eigen werkgever heeft hervat, kan zich hiermee niet verenigen. Zij acht niet meer in staat om in een omvang van 38 uur per week te werken.

Bij besluit van 19 november 2003, hierna: het bestreden besluit, heeft het Uwv het bezwaar van appellante tegen het besluit van 12 februari 2003 ongegrond verklaard.

De rechtbank heeft in de eerste plaats vastgesteld dat tussen partijen nog slechts in geschil is of het Uwv voor appellante terecht geen urenbeperking heeft aangenomen. De rechtbank heeft die vraag bevestigend beantwoord. De rechtbank heeft daarbij acht geslagen op de aanwezige verzekeringsgeneeskundige en de overige voorhanden medische informatie, zoals de informatie afkomstig van de behandelende neuroloog, revalidatiearts en neurochirurg. In het bijzonder heeft de rechtbank overwogen dat de neuroloog dr. J.W. Stenvers in diens namens appellante in bezwaar overgelegde expertiserapport van 9 januari 2003 weliswaar als diagnose post-whiplash syndroom heeft gesteld, maar geen ernstige cognitieve stoornissen bij appellante heeft kunnen constateren die tot de noodzaak van een urenbeperking aanleiding zouden kunnen geven.

De Raad heeft in hetgeen van de zijde van appellante in hoger beroep naar voren is gebracht, in hoofdzaak neerkomend op een herhaling van de reeds eerder aangevoerde grieven, geen aanleiding gevonden om tot een ander oordeel te komen dan in de aangevallen uitspraak is neergelegd. Haar in hoger beroep herhaalde eigen opvatting dat zij niet in staat is om meer te werken dan in een omvang van - circa - de helft van het normale aantal uren per week, zijnde de omvang waarin zij nog steeds in het (aangepaste) eigen werk bij de eigen werkgever werkzaam is, is ontoereikend voor de conclusie dat zij in andere arbeid niet voltijds zou kunnen werken. Objectief-medische gegevens die tot steun zouden kunnen dienen voor die opvatting zijn ook in hoger beroep niet overgelegd.

De aangevallen uitspraak komt voor bevestiging in aanmerking.

Er bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J.W. Schuttel. De beslissing is, in tegenwoordigheid van J.E.M.J. Hetharie als griffier, uitgesproken in het openbaar op 1 september 2006.

(get.) J.W. Schuttel.

(get.) J.E.M.J. Hetharie.

JK/2676