Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2006:AY5854

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
21-07-2006
Datum publicatie
09-08-2006
Zaaknummer
05-7040 WSF
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bezwaarschrift niet-ontvankelijk verklaard. Tegen dwangbevel staat geen bestuursrechtelijke voorziening open.

Wetsverwijzingen
Wet studiefinanciering 2000 8.3
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
USZ 2006/286
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

05/7040 WSF

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Zwolle van 26 oktober 2005, kenmerk 05/354 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de hoofddirectie van de Informatie Beheer Groep (hierna: IB-Groep)

Datum uitspraak: 21 juli 2006

I. PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld.

De IB-Groep heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 juni 2006. Appellante is niet verschenen. De IB-Groep was vertegenwoordigd door mr. T. Holtrop.

II. OVERWEGINGEN

Appellante heeft een bezwaarschrift ingediend tegen een op 6 december 2004 door de IB-Groep uitgevaardigd dwangbevel.

De IB-Groep heeft dit bezwaarschrift bij besluit van 2 februari 2005 niet-ontvankelijk verklaard, aangezien het niet is gericht tegen een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) waartegen een bezwaarschrift kan worden ingediend.

De rechtbank heeft het beroep, voor zover het was gericht tegen het besluit van 2 februari 2005, ongegrond verklaard. Zij heeft daartoe overwogen dat het dwangbevel niet kan worden aangemerkt als een besluit in de zin van de Awb, dat vatbaar is voor bezwaar en vervolgens beroep bij de rechtbank op grond van de Awb. Tegen een dwangbevel als het onderhavige staat ingevolge artikel 8.3 van de Wet studiefinanciering 2000, gelezen in samenhang met de toepasselijke bepalingen van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, uitsluitend het rechtsmiddel van verzet open door dagvaarding van de IB-Groep bij de kantonrechter te Groningen.

Appellante betwist ook in hoger beroep de rechtmatigheid van het dwangbevel.

Het hoger beroep treft geen doel. De rechtbank heeft met juistheid geoordeeld dat tegen een dwangbevel als het onderhavige geen bestuursrechtelijke voorziening openstaat. Een dwangbevel kan alleen bij de bevoegde burgerlijke rechter worden aangevochten.

Hieruit volgt dat de aangevallen uitspraak (voor zover in hoger beroep aangevochten) moet worden bevestigd.

Er zijn geen termen aanwezig voor een proceskostenvergoeding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten.

Deze uitspraak is gedaan door J. Janssen. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.H.A. Uri als griffier, uitgesproken in het openbaar op 21 juli 2006.

(get.) J. Janssen.

(get.) M.H.A. Uri.