Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2006:AY5677

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
28-07-2006
Datum publicatie
04-08-2006
Zaaknummer
04-2132 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Intrekking WAO-uitkering. Geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

04/2132 WAO

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 17 maart 2004, kenmerk 03/3653 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv)

Datum uitspraak: 28 juli 2006

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. M.H.J. Toxopeus, advocaat te Zoetermeer, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 mei 2006.

Voor appellant is verschenen mr. Toxopeus.

Gedaagde was vertegenwoordigd door mr. J. van Riet.

II. OVERWEGINGEN

Bij besluit van 9 april 2003 heeft het Uwv geweigerd terug te komen van zijn besluit van 28 augustus 2002, waarbij de aan appellant toegekende WAO-uitkering met ingang van 27 oktober 2002 is ingetrokken.

Bij beslissing op bezwaar van 14 augustus 2003 (hierna: het bestreden besluit) zijn appellants bezwaren tegen het besluit van 9 april 2003 ongegrond verklaard.

De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

Naar aanleiding van de veelheid aan grieven die namens appellant naar voren zijn gebracht, overweegt de Raad dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat in dit geding enkel de vraag voorligt of er sprake is van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden.

De rechtbank heeft vervolgens op grond van de in de aangevallen uitspraak weergegeven motivering als haar oordeel gegeven dat (met betrekking tot de datum in geding) geen sprake is van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden waarin het bestuursorgaan aanleiding had behoren te zien om het oorspronkelijke besluit te herzien.

De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank alsmede de gronden waarop de rechtbank dit oordeel heeft doen steunen. De Raad heeft daaraan niets toe te voegen.

De Raad komt dan ook evenals de rechtbank tot het oordeel dat niet kan worden gezegd dat het Uwv niet in redelijkheid tot het bestreden besluit heeft kunnen komen.

De Raad acht geen termen aanwezig voor vergoeding van proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J. Janssen als voorzitter en G.J.H. Doornewaard en J. Brand als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A.C.W. Ris-van Huussen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 28 juli 2006.

(get.) J. Janssen.

(get.) A.C.W. Ris-van Huussen.

CVG