Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2006:AY5562

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
27-07-2006
Datum publicatie
03-08-2006
Zaaknummer
03/4093 ZW + 05/4569 ZW
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering ZW-uitkering omdat betrokkene niet verzekerd is. Herhaalde aanvraag. Niet gebleken van nieuwe feiten of omstandigheden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

03/4093 ZW

05/4569 ZW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op de hoger beroepen van:

[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraken van de rechtbank Rotterdam van 30 juni 2003 en 2 juni 2005,

02/2976 en 04/3563 (hierna: de aangevallen uitspraken),

in de gedingen tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen(hierna:

Uwv).

Datum uitspraak: 27 juli 2006

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. W.H. van Zundert, advocaat te Rotterdam, hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraken.

Het Uwv heeft verweerschriften ingediend.

Van de kant van zowel appellant als het Uwv zijn nadere stukken ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 februari 2006, gevoegd met de zaak 05/21 WW. Appellant is in persoon verschenen met bijstand van zijn raadsman

mr. Van Zundert, voornoemd. Het Uwv heeft zich doen vertegenwoordigen door

mr. W.M.J. Evers, werkzaam bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.

II. OVERWEGINGEN

De Raad verwijst voor de in de onderhavige gedingen relevante feiten naar de aangevallen uitspraken en volstaat ermee de rechtsvragen te beantwoorden. In het geding 03/4093 ZW is de vraag aan de orde of de aangevallen uitspraak waarin het beroep van appellant tegen het besluit, na bezwaar, van het Uwv van 25 september 2002, waarin aan appellant een uitkering ingevolge de Ziektewet (ZW) is geweigerd met ingang van 7 december 2001, omdat dat hij niet verzekerd is op grond van het bepaalde in artikel 3, derde lid, van die wet, ongegrond is verklaard, in rechte stand kan houden.

De Raad beantwoordt die vraag bevestigend en verwijst hiertoe naar ’s Raads uitspraak in de zaak 05/21 WW die gevoegd met de onderhavige zaken is behandeld.

Wat betreft het hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak 04/3563 ZW overweegt de Raad het volgende.

Bij het besluit, na bezwaar, van 19 oktober 2004 heeft het Uwv zijn weigering om terug te komen van het hiervoor vermelde besluit van 25 september 2002 waarbij aan appellant een uitkering ingevolge de ZW is geweigerd, gehandhaafd.

De rechtbank heeft het tegen dit besluit ingestelde beroep ongegrond verklaard onder toetsing aan artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht en onder vaststelling dat niet is gebleken van nieuwe feiten of omstandigheden als in dat artikel bedoeld. De rechtbank heeft geoordeeld dat niet kan worden gezegd dat het Uwv niet in redelijkheid van zijn bevoegdheid geen gebruik heeft kunnen maken, dan wel daarbij anderszins heeft gehandeld in strijd met een geschreven of ongeschreven rechtsregel of met een algemeen rechtsbeginsel.

De Raad stelt vast dat de rechtbank bij de toetsing van voormeld besluit het juiste toetsingskader heeft gehanteerd. Met de rechtbank is de Raad voorts van oordeel dat van de kant van appellant bij zijn verzoek om terug te komen van het eerdere besluit geen nova zijn gepresenteerd aan het Uwv. In dit verband kan de Raad een overzicht van de dienstverbanden van appellant en de duur daarvan, niet als een novum zien. Appellant moet immers als geen ander op de hoogte zijn geweest van zijn arbeidsverleden. Appellant had dit overzicht reeds in geding kunnen brengen tegen de weigering van uitkering ingevolge de ZW, waarvan is gevraagd terug te komen.

Het vorenstaande leidt de Raad tot de slotsom dat de aangevallen uitspraken

bevestigd dienen te worden.

De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de

Algemene wet bestuursrecht.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraken.

Deze uitspraken zijn gedaan door R.C. Schoemaker. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A. Kovács als griffier, uitgesproken in het openbaar op 27 juli 2006.

(get.) R.C. Schoemaker.

(get.) A. Kovács.

EK2807