Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2006:AY3961

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
14-07-2006
Datum publicatie
17-07-2006
Zaaknummer
03-1600 AOW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Svb is volledig aan beroep tegemoetgekomen. Ontbreken belang. Niet-ontvankelijk. Proceskosten en schadevergoeding (rente).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

03/1600 AOW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Maastricht van 19 februari 2003, 01/206 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb).

Datum uitspraak: 14 juli 2006

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

De Svb heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 februari 2005. Appellant is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A.F.L.B. Metz. Na de behandeling van het geding ter zitting van de Raad is gebleken dat het onderzoek niet volledig is geweest, in verband waarmee de Raad heeft besloten het onderzoek te heropenen.

Bij brief gedateerd 2 maart 2005 heeft de Raad bij de Svb nadere inlichtingen inge-wonnen. Naar aanleiding hiervan heeft de Svb bij brief van 15 april 2005 laten weten niet langer aan het in deze procedure ingenomen standpunt vast te houden en te zullen overgaan tot het afgeven van een nieuw besluit. Dit nieuwe besluit is gedateerd 22 april 2005.

Appellant en de Svb hebben nog een aantal malen op elkaars standpunten gereageerd.

Het geding is (wederom) behandeld ter zitting van de Raad op 2 juni 2006, waar appellant met voorafgaand bericht niet is verschenen, terwijl voor de Svb is verschenen

mr. M.F. Sturmans.

II. OVERWEGINGEN

Met ingang van 1 januari 2003 zijn de artikelen 3, 4 en 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, voorzover het betreft de Sociale verzekerings-bank in werking getreden. Thans oefent de Svb de taken en bevoegdheden uit die tot genoemde datum werden uitgeoefend door de Sociale Verzekeringsbank. In deze uitspraak wordt onder Svb tevens verstaan de Sociale Verzekeringsbank.

De Raad overweegt als volgt.

De Raad stelt vast dat, blijkens de in geding gebrachte stukken en het verhandelde ter zitting, tussen partijen nog slechts in geding was de vraag of de Svb gehouden is rente te vergoeden over het bedrag aan onkosten welke appellant in deze zaak heeft gemaakt. De gemachtigde van de Svb heeft ter zitting van de Raad toegezegd alle door appellant in het kader van dit geding gemaakte kosten te zullen vergoeden, alsmede de wettelijke rente over dit bedrag.

Hieruit volgt, naar het oordeel van de Raad, dat, nu de Svb geheel tegemoet is gekomen aan alle door appellant aangevoerde grieven, appellant geen belang meer heeft bij een beoordeling van het geschil in hoger beroep. De Raad zal dan ook het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaren.

De Raad acht ten slotte geen termen aanwezig om toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht en beslist als volgt.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door M.M. van der Kade. De beslissing is, in tegenwoordigheid van P.H. Broier als griffier, uitgesproken in het openbaar op 14 juli 2006.

(get.) M.M. van der Kade.

(get.) P.H. Broier.

MH