Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2006:AX8700

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
01-06-2006
Datum publicatie
15-06-2006
Zaaknummer
05-537 WUV
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Herberekening toegekende WUV-uitkering in verband met behaalde winst uit onderneming. Terugvordering teveel betaalde uitkering.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

05/537 WUV

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

in het geding tussen:

[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant)

en

de Raadskamer WUV van de Pensioen- en Uitkeringsraad (hierna: verweerster)

Datum Uitspraak: 1 juni 2006

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft beroep ingesteld tegen verweersters besluit van 16 december 2004, kenmerk JZ/U80/2004/0821, ter uitvoering van de Wet uitkeringen vervolgingsslacht-offers 1940-1945, hierna: de Wet.

Verweerster heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaats gevonden op 20 april 2006. Aldaar is appellant niet verschenen en heeft verweerster zich doen vertegenwoordigen door mr. A. den Held, werkzaam bij de Pensioen- en Uitkeringsraad.

II. OVERWEGINGEN

Appellant is vervolgde en uitkeringsgerechtigde in de zin van de Wet. Bij brief van 25 augustus 2004 is appellant ingelicht over verweersters berekeningsbeslissing van 31 augustus 2004, waarbij de aan appellant toekomende periodieke uitkering over de jaren 2002, 2003 op basis van de door hem verschafte inlichtingen over de door appellant behaalde winst uit onderneming in het jaar 2002 voorlopig is herberekend en de hem met ingang van 1 januari 2004 toekomende uitkering voorlopig is bijgesteld. Hierbij is geconstateerd dat aan appellant € 5.110,74 als gevolg van de voorlopige herberekening over 2002 teveel aan uitkering is uitbetaald, € 4.024,32 als gevolg van de voorlopige herberekening over 2003 en € 2.196,60 als gevolg van de voorlopige bijstelling over 2004. Hierbij is tevens aangekondigd dat het teveel betaalde bedrag na definitieve vaststelling van de appellant toekomende periodieke uitkering over de desbetreffende jaren van hem zal worden terug gevorderd. Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen de op de jaren 2003 en 2004 betrekking hebbende onderdelen van deze herberekening, welk bezwaar bij het thans bestreden besluit ongegrond is verklaard.

Tegen laatst genoemd besluit heeft appellant bij de Raad beroep ingesteld. Bij schrijven van 15 november 2005 heeft appellant de Raad medegedeeld dat in verband met de door de belastingdienst opgelegde aanslag over het jaar 2003, zijn beroep niet langer is gericht tegen dat onderdeel van het bestreden besluit.

Gezien het vorenstaande heeft de Raad thans nog slechts de vraag te beantwoorden of de door verweerster tot stand gebrachte (voorlopige) bijstelling van de aan appellant met ingang van 1 januari 2004 toekomende periodieke uitkering gerechtvaardigd was. Deze vraag beantwoordt de Raad bevestigend. Daartoe acht de Raad reeds voldoende rechtvaardiging aanwezig in het door verweerster op 13 mei 2003 ontvangen inlichtingenformulier 2002 met als bijlage de aangifte inkomstenbelasting over dat jaar, waaruit blijkt dat appellant in 2002 als zelfstandige een inkomen van € 17.553,- heeft behaald, terwijl de hoogte van de aan hem toegekende periodieke uitkering tot 1 augustus 2004 € 1.685,54 per maand bedroeg.

De Raad acht geen enkele grond aanwezig om verweerster te verplichten met het bijstellen van de aan appellant toekomende uitkering op grond van de Wet te wachten tot over 2004 een definitieve aanslag van de Belastingdienst voorligt, aangezien het hier een voorlopige bijstelling van de uitkering betreft die eerst na beschikbaar komen van de definitieve inkomstengegevens door verweerster definitief zal worden vastgesteld.

Het voorgaande betekent dat het beroep van appellant ongegrond verklaard moet worden.

De Raad acht geen termen aanwezig toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door C.G. Kasdorp als voorzitter en H.R. Geerling-Brouwer en C.P.J. Goorden als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van E. Heemsbergen als giffier uitgesproken in het openbaar op 1 juni 2006.

(get.) C.G. Kasdorp.

(get.) E. Heemsbergen.