Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2006:AX8449

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
31-01-2006
Datum publicatie
13-06-2006
Zaaknummer
04-5751 NABW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afwijzing van het verzoek om bijzondere bijstand in verhuis-, opknap- en overnamekosten. Verhuizing niet noodzakelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

E N K E L V O U D I G E K A M E R

04/5751 NABW

U I T S P R A A K

in het geding tussen:

[appellante], wonende te [woonplaats], appellante,

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Weert, gedaagde.

I. ONSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond van 13 september 2004,

reg.nr. 04/269 NABW.

Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend.

Appellante heeft nadere stukken ingezonden.

Het geding is behandeld ter zitting van 20 december 2005, waar appellante - met voorafgaand bericht - niet is verschenen, en waar gedaagde zich niet heeft laten vertegenwoordigen.

II. MOTIVERING

Gedaagde heeft bij besluit van 24 oktober 2003 de aanvraag van appellante om bijzondere bijstand in verhuis-, opknap- en overnamekosten met toepassing van artikel 39, eerste lid, van de Algemene bijstandswet (Abw) afgewezen op de grond dat de verhuizing van appellante van het adres [adres 1] te [woonplaats] naar het adres [adres 2] te [woonplaats] niet noodzakelijk was. Daarbij heeft gedaagde zich gebaseerd op het GGD-advies dat een nieuwe verhuizing niet kan worden gezien als de oplossing voor de problemen van appellante.

Het tegen het besluit van 24 oktober 2003 gemaakte bezwaar heeft gedaagde bij besluit van 27 januari 2004 ongegrond verklaard.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 27 januari 2004 ongegrond verklaard.

Appellante heeft zich in hoger beroep gemotiveerd tegen deze uitspraak gekeerd.

De Raad komt tot de volgende beoordeling.

De Raad stelt voorop dat hij de nadere stukken, die hij op 15 december 2005 van appelante heeft ontvangen, niet bij zijn beoordeling heeft betrokken omdat bij de indiening de in artikel 8:58, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht gestelde termijn is overschreden.

Evenals de rechtbank is de Raad van oordeel dat gedaagde zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat de verhuizing niet noodzakelijk was. Blijkens het rapport van de GGD van 9 oktober 2003 is appellante langere tijd bekend met psychische problematiek en is zij voor de tweede keer verhuisd vanwege burenruzies. Alhoewel appellante heeft ervaren dat de ruzies niet meer van toepassing zijn na de verhuizing, zijn haar klachten hiermee volgens de GGD-adviseur niet verholpen.

Niet gebleken is dat het door gedaagde ingewonnen advies wat betreft de wijze van totstandkoming of de inhoud niet deugdelijk is. De Raad neemt hierbij in aanmerking dat uit voormeld rapport volgt dat appellante door de GGD-adviseur is gezien en dat haar huisarts is geraadpleegd. Voorts heeft appellante geen ter zake relevante objectieve medische gegevens overgelegd die tot een ander oordeel leiden. De Raad ziet derhalve geen aanleiding om nadere informatie bij de GGD in te

- laten - winnen als door appellante is betoogd.

Uit het voorgaande vloeit voort dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak dient dan ook te worden bevestigd.

De Raad ziet ten slotte geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus gewezen door mr. A.B.J. van der Ham, in tegenwoordigheid van mr. P.E. Broekman als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 31 januari 2006.

(get.) A.B.J. van der Ham.

(get.) P.E. Broekman.