Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2006:AX6468

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
18-05-2006
Datum publicatie
02-06-2006
Zaaknummer
05-5839 WUV
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek voorziening op grond van de WUV in de vorm van een huurbijdrage afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

05/5839 WUV

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

in het geding tussen:

[appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

en

de Raadskamer WUV van de Pensioen- en Uitkeringsraad (hierna: verweerster)

Datum uitspraak: 18 mei 2006

I. PROCESVERLOOP

Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerster van 31 augustus 2005, kenmerk JZ/Z70/2005, waarbij ten aanzien van haar toepassing is gegeven aan de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (hierna: de Wet).

Verweerster heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 13 april 2006. Aldaar is appellante in persoon verschenen met bijstand van mr. W.J. Eusman, advocaat te Amsterdam, als haar raadsvrouwe. Verweerster heeft zich ter zitting doen vertegenwoordigen door mr. C. Vooijs, werkzaam bij de Pensioen- en Uitkeringsraad.

II. OVERWEGINGEN

Appellante, geboren in mei 1941 te [woonplaats], is in 1976 door verweersters rechtsvoorganger erkend als vervolgde in de zin van de Wet. Hierbij is aanvaard dat haar psychische klachten en haar lichamelijke klachten (te weten: status na tuberculose, meningitis met doofheid en evenwichtsstoornis) in het door de Wet gevorderd verband met de vervolging staan.

Bij een in maart 2005 ingekomen vervolgaanvraag heeft appellante aan verweerster verzocht om een huurbijdrage voor haar nieuwe woning te [woonplaats]. De reden die zij bij deze aanvraag aangeeft is dat zij in het kader van een stadsvernieuwingsproject noodgedwongen naar haar huidige veel te dure woning is verhuisd, omdat zij zich wegens haar causaal aanvaarde psychische klachten niet langer tegen verhuizing kon verzetten en zij in de haar vertrouwde buurt, de Baarsjes, wilde blijven wonen.

Verweerster heeft deze aanvraag bij besluit d.d. 19 mei 2005, zoals gehandhaafd bij het bestreden besluit, afgewezen op de grond dat deze voorziening in verband met de psychische klachten van appellante niet medisch noodzakelijk wordt geacht.

Ter beantwoording staat de vraag of het bestreden besluit, gelet op hetgeen door en namens appellante in beroep is aangevoerd, in rechte kan standhouden.

De Raad overweegt als volgt.

Het standpunt van verweerster dat een medische noodzaak tot verhuizing van de [straatnaam 1] naar het [straatnaam 2] in het geval van appellante niet aanwezig is, berust op adviezen van een tweetal geneeskundig adviseurs van de Pensioen- en Uitkeringsraad. Volgens verweerster is de verhuizing naar een andere woning noodzakelijk geworden in het kader van een stadsvernieuwingsproject en niet het gevolg was van haar oorlogs-gerelateerde klachten. De Raad maakt uit de beschikbare gegevens op dat appellante als bewoonster lang in haar huis in de [straatnaam 1] is blijven wonen, zelfs toen al haar buren reeds verhuisd waren. Appellante heeft uiteindelijk de keuze gemaakt te verhuizen naar haar huidige woning met hogere huurkosten. De Raad is met verweerster van opvatting dat uit de gegevens blijkt dat de stadsvernieuwing heeft geleid tot de verhuizing naar het [straatnaam 2] en dat daaruit niet blijkt dat appellantes oorlogsgerelateerde klachten een rol hebben gespeeld bij deze verhuizing.

De Raad acht het oordeel in het bestreden besluit op grond van die adviezen deugdelijk voorbereid en toereikend gemotiveerd.

De Raad is dan ook van oordeel dat verweerster terecht heeft verstaan dat appellante aan artikel 20 van de Wet geen aanspraak op huurbijdrage kan ontlenen.

De Raad hecht er overigens aan op te merken dat in dit geschil niet aan de orde is de vraag of van appellante kan worden gevergd haar (te dure) woning aan het [straatnaam 2] op te geven voor een buiten de Baarsjes gelegen (goedkopere) woning.

Het vorenstaande brengt mee dat het door appellante ingestelde beroep ongegrond moet worden verklaard.

De Raad acht, ten slotte, geen termen aanwezig toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht inzake een vergoeding van proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door C.G. Kasdorp als voorzitter en G.L.M.J. Stevens en W.D.M. van Diepenbeek als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van J.P. Schieveen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 18 mei 2006.

(get.) C.G. Kasdorp.

(get.) J.P. Schieveen.