Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2006:AX2121

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
27-04-2006
Datum publicatie
18-05-2006
Zaaknummer
04-4967 AW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Verzet
Inhoudsindicatie

Niet verschoonbare overschrijding betalingstermijn griffierecht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

04/4967 AW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:

[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Alkmaar van 3 augustus 2004, nr. 04/282 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Alkmaar (hierna: College)

Datum uitspraak: 27 april 2006

I. PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet van 10 februari 2005 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen de uitspraak van de Raad van 10 februari 2005 heeft appellant verzet gedaan.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 maart 2006. Appellant is in persoon verschenen. Het College heeft zich ter zitting laten vertegenwoordigen door mr. P.R.M. Berends-Schellens, werkzaam bij Capra.

II. OVERWEGINGEN

1. Bij de in rubriek I genoemde uitspraak van 10 februari 2005 heeft de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat appellant het griffierecht niet tijdig heeft voldaan en op grond van de beschikbare gegevens redelijkerwijs niet kon worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.

2. In het verzetschrift alsmede ter zitting van de Raad heeft appellant onder meer aangevoerd dat het overmaken van het verschuldigde griffierecht aan zijn aandacht is ontsnapt. Hij heeft daarbij tevens een beroep op het gelijkheidsbeginsel gedaan omdat in de procedures bij de rechtbank alsmede bij het College en de Raad, de termijnen ook niet altijd even strikt in acht zijn genomen.

3. De Raad acht in hetgeen appellant in verzet heeft aangevoerd geen reden gelegen om de op 10 februari 2005 gegeven uitspraak niet in stand te laten. Hiertoe overweegt de Raad dat ingevolge artikel 22, vierde lid, van de Beroepswet bij het niet tijdig voldoen van het griffierecht het hoger beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener van het beroep in verzuim is geweest. Hetgeen in het verzetschrift (en ter zitting) door appellant is aangevoerd kan naar het oordeel van de Raad niet worden aangemerkt als een omstandigheid op grond waarvan redelijkerwijs zou moeten worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest. De Raad merkt hierbij nog op dat mede vanwege het rechtsgevolg dat in de regel aan te late betaling van griffierecht verbonden wordt, de indiener bij aangetekend schrijven nogmaals op zijn betalingsverplichting wordt gewezen. Dit is ook bij appellant gebeurd. Appellant is ook na het aangetekend verzonden rappel niet tot betaling overgegaan. Met betrekking tot het beroep op het gelijkheidsbeginsel overweegt de Raad dat de termijnen waar appellant op doelt termijnen van orde zijn. Anders dan ten aanzien van betaling van griffierecht heeft de wetgever aan overschrijding van de door appellant bedoelde termijnen geen direkt rechtsgevolg verbonden.

4. Gelet op het voorgaande dient het verzet ongegrond te worden verklaard.

5. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door G.P.A.M. Garvelink-Jonkers als voorzitter en J.Th. Wolleswinkel en K.J. Kraan als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A.D. van Dissel-Singhal als griffier, uitgesproken in het openbaar op 27 april 2006.

(get.) G.P.A.M. Garvelink-Jonkers.

(get.) A.D. van Dissel-Singhal.