Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2006:AW9169

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
27-04-2006
Datum publicatie
09-05-2006
Zaaknummer
05/3298 WW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

WW-dagloon. Prestatiebeloning. Spaarloon ingehouden op variabele beloning.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PJ 2006, 90

Uitspraak

05/3298 WW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 25 april 2005, 04/4800 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 27 april 2006

I. PROCESVERLOOP

Bij besluit van 7 oktober 2004 (hierna: het bestreden besluit) heeft het Uwv ongegrond verklaard het bezwaar van appellant tegen het besluit van 20 augustus 2004, waarbij aan appellant een uitkering ingevolge de Werkloosheidswet (WW) werd toegekend naar een dagloon van € 77,02.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Namens appellant heeft mr. A.E.E. Vollebregt, werkzaam bij De Unie te Bergen op Zoom, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 februari 2006, waar appellant niet is verschenen, terwijl het Uwv zich heeft laten vertegenwoordigen door mr. W. de Rooy-Bal, werkzaam bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.

II. OVERWEGINGEN

Appellant stelt zich op het standpunt dat het Uwv bij de vaststelling van het WW-dagloon ten onrechte appellants prestatiebeloning buiten beschouwing heeft gelaten. Voorts stelt appellant dat het spaarloon gedeeltelijk wordt ingehouden op de variabele beloning. Indien de variabele beloning bij de vaststelling van het dagloon buiten beschouwing dient te blijven, dan dient volgens appellant rekening te worden gehouden met het daarop ingehouden spaarloon.

De Raad overweegt als volgt.

Op grond van artikel 1, derde lid, aanhef en onder d, van de Dagloonregels IWS worden uitkeringen ingevolge winstdeling geacht niet tot het loon te behoren. De Raad is met de rechtbank van oordeel dat het Uwv op goede gronden heeft aangenomen dat de door appellant ontvangen variabele beloning winstafhankelijk is, gelet op de door de werkgever van appellant verstrekte informatie. Appellant heeft ook in hoger beroep geen stukken overgelegd waaruit blijkt dat geen sprake is van een winstdelingsuitkering.

Naar aanleiding van de grief van appellant betreffende het spaarloon heeft het Uwv gewezen op de zich onder de gedingstukken bevindende salarisspecificatie over de maand februari 2004, waaruit blijkt dat het spaarloon in mindering wordt gebracht op het vast brutoloon en niet (mede) op de winstdelingsuitkering. Aangezien appellant zijn andersluidende stelling niet met verifieerbare bescheiden heeft onderbouwd, ziet de Raad geen aanleiding daaraan doorslaggevende betekening toe te kennen. Het Uwv heeft derhalve terecht het volledige spaarloon bij de vaststelling van het dagloon buiten beschouwing gelaten.

Gelet op het voorgaande komt de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking.

De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door B.J. van der Net als voorzitter en G. van der Wiel en N.J. van Vulpen-Grootjans als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M. Renden als griffier, uitgesproken in het openbaar op 27 april 2006.

(get.) B.J. van der Net.

(get.) M. Renden.

RB2604