Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2006:AW7210

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
27-04-2006
Datum publicatie
03-05-2006
Zaaknummer
05-5751 ALGEM
Rechtsgebieden
Civiel recht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding bezwaartermijn.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

05/5751 ALGEM

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellante], gevestigd te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 18 augustus 2005, 04/1406 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 27 april 2006

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. M.A. de Oude, advocaat te Zoetermeer, hoger beroep ingesteld.

Het geding is aan de orde gesteld ter zitting van de Raad van 30 maart 2006. Zoals aangekondigd zijn appellante en het Uwv niet verschenen.

II. OVERWEGINGEN

Bij besluit van 30 september 2003 heeft het Uwv het bezwaar van appellante tegen alle premienota’s vanaf het jaar 2000 deels niet-ontvankelijk verklaard en deels ongegrond verklaard. Bij schrijven van 16 maart 2004 is namens appellante tegen voormeld besluit beroep ingesteld.

De rechtbank heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat appellante bij het instellen van beroep de ingevolge de artikelen 6:7, 6:8, 6:9 en 6:11 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) gestelde termijn voor het indienen van een beroepschrift van zes weken niet in acht heeft genomen, en dat niet is gebleken van enige omstandigheid op grond waarvan redelijkerwijs kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.

De Raad onderschrijft dit oordeel van de rechtbank en overweegt dat hetgeen appellante hieromtrent in hoger beroep heeft aangevoerd in essentie een herhaling is van hetgeen in eerste aanleg naar voren is gebracht en door de rechtbank terecht gemotiveerd is verworpen. Ook de Raad is niet gebleken van omstandigheden op grond waarvan redelijkerwijs zou moeten worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest en er sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding. De Raad merkt daarbij op dat het besluit van 30 september 2003 met een juist geadresseerde aanbiedingsbrief aan het door de toenmalige gemachtigde opgegeven adres is verzonden, terwijl de ontvangst van het besluit niet door haar is betwist. Met betrekking tot de stelling van appellante dat er geen enkele omstandigheid naar voren is gekomen waaruit blijkt dat de bevoegde bestuurder van appellante op de hoogte was of had kunnen zijn van de beslissing op bezwaar, merkt de Raad op dat appellante, blijkens het schrijven van het Uwv van 6 oktober 2003, op de hoogte was of had kunnen zijn van de inhoud van het besluit van 30 september 2003 en toen nog ruimschoots de gelegenheid had om tijdig beroep in te stellen. Voor zover het niet tijdig instellen van beroep te wijten is aan een communicatiestoornis tussen appellante en haar toenmalige gemachtigde valt dit binnen de risicosfeer van appellante en komt daardoor van haar verantwoordelijkheid.

Gezien het vorenstaande komt de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking.

De Raad ziet geen aanleiding toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door B.J. van der Net. De beslissing is, in tegenwoordigheid van R.E. Lysen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 27 april 2006.

(get.) B.J. van der Net.

(get.) R.E. Lysen.