Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2006:AV9360

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
15-03-2006
Datum publicatie
10-04-2006
Zaaknummer
05-559 AW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vastgestelde functiebeschrijving en functiewaardering.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

05/559 AW

U I T S P R A A K

in het geding tussen:

[appellante], wonende te [woonplaats], appellante,

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Lelystad, gedaagde.

I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING

Appellante heeft op de bij beroepschrift aangevoerde gronden hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 15 december 2004, nr. AWB 04/71, waarnaar hierbij wordt verwezen.

Namens gedaagde is een verweerschrift ingediend.

Het geding is behandeld ter zitting van 2 februari 2006, waar appellante in persoon is verschenen en waar gedaagde zich heeft laten vertegenwoordigen door R. Glebbeek, werkzaam bij de gemeente Lelystad.

II. MOTIVERING

1. Voor een uitgebreide weergave van de voor dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak. Hij volstaat hier met het volgende.

1.1. Van de door appellante vervulde functie van juridisch beleidsmedewerker van de afdeling [afdeling] is met toepassing van de Procedureregeling beschrijving en waardering organieke functies gemeente Lelystad 2001 (hierna: de Procedureregeling) naar de peildatum 1 april 2002 een functiebeschrijving vastgesteld. De functie is vervolgens met toepassing van het Systeem Functiewaardering Gemeente Lelystad 2001 (hierna: het Systeem) gewaardeerd op hoofdgroep IV met 13 punten. Dit heeft geresulteerd in indeling in salarisschaal 10A.

1.2. Ook na bezwaar is deze waardering, in het bijzonder ook wat betreft de hoofdgroepindeling, gehandhaafd. Daarbij is overwogen dat het wat minder passend is dat in de rubriek “Indicatie kennis en vaardigheid” in de functiebeschrijving is vermeld:

“ WO (juridische opleiding op privaatrecht)”.

2. De rechtbank heeft het beroep tegen de gehandhaafde functiewaardering ongegrond verklaard. Zij heeft de vraag of de functiewaardering, toegespitst op de indeling van de functie in hoofdgroep IV, op onvoldoende gronden berust, ontkennend beantwoord. De rechtbank heeft overwogen dat de door appellante in haar functie, blijkens het functieprofiel, te verrichten werkzaamheden voldoen aan de karakteristiek van hoofdgroep IV, zoals deze is omschreven in het Systeem. Dat die werkzaamheden beter aansluiten bij de omschrijving van hoofgroep V acht de rechtbank onvoldoende aannemelijk.

3. Appellante heeft in hoger beroep gewezen op de uit de Procedureregeling voortvloeiende volgorde van het vaststellen van de beschrijving van de functie en van het waarderen daarvan. Haar bezwaar- en beroepschriften richten zich alleen op de functiewaardering. Waar de beschrijving ervan uitgaat dat voor de vervulling van de functie een academisch werk- en denkniveau is vereist - wat ingevolge het Systeem moet resulteren in een indeling in hoofdgroep V en schaal 11 -, wordt bij de waardering ten onrechte uitgegaan van een HBO-werk- en denkniveau, aldus appellante.

4. De Raad overweegt dat de rechtbank de juiste, terughoudende toetsingsmaatstaf heeft gehanteerd. Het in een functiebeschrijving vermelde opleidingsniveau is slechts indicatief - in dit geval ook opgenomen in een rubriek met de aanduiding “Indicatie” - en niet beslissend voor de uitkomst van de waardering van een functie. De Raad kan de rechtbank ook volgen in het resultaat van haar toetsing, zoals onder 2. is weergegeven.

5. De Raad komt daarom tot de slotsom dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

6. In het vorenstaande ziet de Raad geen aanleiding voor de toepassing van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht inzake de proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus gegeven door mr. H.A.A.G. Vermeulen als voorzitter en mr. K. Zeilemaker en mr. J.L.P.G. van Thiel als leden, in tegenwoordigheid van mr. P.J.W. Loots als griffier, en in het openbaar uitgesproken op 15 maart 2006.

(get.) H.A.A.G. Vermeulen.

(get.) P.J.W. Loots.

BvW

153