Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2006:AV7768

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
29-03-2006
Datum publicatie
03-04-2006
Zaaknummer
05-2405 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Beroep niet-ontvankelijk wegens niet-verschoonbare termijn overschrijding. Ernstige ziekte en familie-omstandigheden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

05/2405 WAO

U I T S P R A A K

met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen:

[opposant], wonende te [woonplaats], opposant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, geopposeerde.

I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING

Opposant heeft hoger beroep ingesteld tegen een door de rechtbank Haarlem op 7 maart 2005, reg. nr. Awb 03-1462 WAO, tussen partijen gegeven uitspraak.

Bij uitspraak van 2 september 2005 heeft de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat het hoger beroep niet tijdig bij de Raad is ingediend en niet is gebleken van redenen op grond waarvan redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat opposant in verzuim is geweest.

Opposant is van die uitspraak in verzet gekomen.

Het verzet is behandeld ter zitting van de Raad, gehouden op 15 februari 2006, waar opposant in persoon is verschenen, bijgestaan door zijn echtgenote [naam echtgenote], en geopposeerde - met voorafgaand bericht - niet is verschenen.

II. MOTIVERING

Volgens artikel 6:24 van de Awb in samenhang met de artikelen 6:7, 6:8, 6:9 en 6:11 van die wet geldt het volgende.

De termijn voor het indienen van een beroepschrift bedraagt zes weken. Deze termijn gaat voor wat betreft het hoger beroep in op de dag na die waarop de aangevallen uitspraak door middel van toezending van een afschrift aan partijen bekend is gemaakt.

Een beroepschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen. Bij verzending per post is een beroepschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.

De aangevallen uitspraak is op 10 maart 2005 in afschrift aan partijen verzonden. Het beroepschrift is op 26 april 2005 ter griffie ontvangen.

Op grond van bovenvermelde gegevens moet worden geoordeeld dat het hoger beroepschrift niet tijdig is ingediend.

Hetgeen opposant in het verzetschrift en ter zitting heeft aangevoerd biedt geen aanknopingspunt om de overschrijding van de beroepstermijn voor verontschuldigd te kunnen houden. De stelling dat het voor opposant, door ernstige ziekte en familieomstandigheden, onmogelijk was om eerder te reageren is daarvoor onvoldoende.

Gezien het vorenstaande dient het verzet met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van de Awb ongegrond te worden verklaard. Gelet op artikel 8:55, zesde lid, van de Awb blijft de uitspraak van de Raad van 2 september 2005 derhalve in stand.

De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Verklaart het verzet ongegrond.

Aldus gegeven door mr. Ch. van Voorst, in tegenwoordigheid van P. van der Wal als griffier en uitgesproken in het openbaar op 29 maart 2006.

(get.) Ch. van Voorst.

(get.) P. van der Wal.