Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2006:AV3352

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
02-03-2006
Datum publicatie
03-03-2006
Zaaknummer
04/6475 WUV
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Stopzetten van vergoeding van middelen. Een eenmalige - nadien onjuist gebleken - vergoeding kan niet leiden tot in rechte te honoreren aanspraken voor de toekomst.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

04/6475 WUV

U I T S P R A A K

in het geding tussen:

[eiseres], wonende te [woonplaats], eiseres,

en

de Raadskamer WUV van de Pensioen- en Uitkeringsraad, verweerster.

I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING

Onder dagtekening 28 oktober 2004, kenmerk JZ/L70/2004, heeft verweerster ten aanzien van eiseres een besluit genomen ter uitvoering van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (hierna: de Wet).

Tegen dit besluit heeft mr. W.P.J.M. van Gestel, werkzaam bij ARAG Rechtsbijstand, als gemachtigde van eiseres bij de Raad beroep ingesteld. In een aanvullend beroepschrift is uiteengezet waarom eiseres zich met het bestreden besluit niet kan verenigen.

Verweerster heeft een verweerschrift ingediend.

De gemachtigde van eiseres heeft nadien het ingestelde beroep nog schriftelijk verder toegelicht en stukken ingezonden.

Het geding is behandeld ter zitting van de Raad op 19 januari 2006. Aldaar is, zoals vooraf werd aangekondigd, eiseres noch in persoon noch bij gemachtigde verschenen, terwijl verweerster zich heeft doen vertegenwoordigen door A.T.M. Vroom-van Berckel, werkzaam bij de Pensioen- en Uitkeringsraad.

II. MOTIVERING

De Raad verwijst vooreerst naar zijn uitspraak in soortgelijke geschillen tussen partijen van 21 april 2005, nrs. 04/1691 WUV + 04/1693 WUV.

In het nu voorliggende geschil zijn partijen blijkens de namens eiseres ingezonden nadere memorie uitsluitend nog verdeeld over het antwoord op de vraag of verweerster niet

- zoals zij wel heeft gedaan ten aanzien van de in voormelde procedures aan de orde zijnde middelen - bij wijze van overgangsmaatregel nog eenmaal de op zich onjuiste vergoeding van de middelen Dhea, BR Meda Stim caps en Vit E Nat. Lab had moeten voortzetten.

Namens eiseres is aangevoerd dat deze middelen in het verleden wel zijn vergoed, zodat eiseres er op zijn minst op mocht vertrouwen dat die vergoeding niet rauwelijks zou worden stopgezet.

Verweerster staat blijkens de gedingstukken en de ter zitting verstrekte nadere toelichting op het standpunt dat, anders dan in de eerdere gevallen, hier voor een overgangsmaat-regel onvoldoende aanleiding is nu in dezen geen sprake is geweest van een constante lijn van eerdere - onjuiste - vergoedingen.

Het middel Dhea is in het verleden slechts eenmaal vergoed, terwijl het middel Meda Stim eenmaal wel en eenmaal niet is vergoed. Ten aanzien van het middel Vit E Nat Lab geldt dat alleen het vergelijkbare middel Vit E 400 IE Vital cell life in het verleden aanvankelijk wel werd vergoed maar dat die vergoeding naderhand is beƫindigd.

De Raad kan zich met dit standpunt van verweerster verenigen. Een eenmalige - nadien onjuist gebleken - vergoeding kan niet leiden tot in rechte te honoreren aanspraken voor de toekomst. De, eveneens onjuiste, vergoeding van het vitamine E preparaat had verweerster al eerder beƫindigd.

Gezien het vorenstaande bestaat voor vernietiging van het bestreden besluit geen grond.

De Raad acht, ten slotte, geen termen aanwezig om toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht inzake een vergoeding van proceskosten.

Beslist wordt als volgt.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Verklaart het beroep ongegrond.

Aldus gegeven door mr. C.G. Kasdorp als voorzitter en mr. G.L.M.J. Stevens en mr. F.J.L. Pennings als leden, in tegenwoordigheid van J.P. Schieveen als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 2 maart 2006.

(get.) C.G. Kasdorp.

(get.) J.P. Schieveen.

HD

02.02